De Nederlandse vlag

Volgens de Van Dale is een vlag een rechthoekig stuk doek van lichte stof in een bepaalde kleur of meerdere verschillende op vaste wijze geschikte kleuren, gevoerd als zinnebeeld van een natie of de partij waartoe men behoort of zich rekent. In dit geval de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden. Het aanzien en de historie van respectievelijk de Nederlandse vlag en de Oranjewimpel worden behandeld in de hoofdstukken Rood-wit-blauw dundoek en Oranjewimpel. Vervolgens gaat de heer Sierksma (1962) verder in op goed vlaggebruik. Tenslotte is het door Algemene Zaken in 1980 uitgevaardigde Vlagprotocol rijksoverheid opgenomen.

Rood-wit-blauw dundoek

vlag "De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw.", aldus het Koninklijk Besluit d.d. 19 februari 1937, 'houdende vaststelling van de kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden'. Teneinde enige orde te scheppen in de verschillende kleurnuances die er met rood en blauw vlaggendoek mogelijk zijn, vaardigde de minister-president op 20 december 1951 (O.B. 13399) een beschikking uit, waarin wordt vastgesteld: "Dat indien nieuwe Nederlandse vlaggen door Ministeries en de daaronder ressorterende Rijksdiensten moeten worden aangeschaft, deze dezelfde kleuren rood en blauw zullen dienen te hebben, als de vlaggen, welke thans gevoerd worden op Hr.Ms. schepen en walinrichtingen der Koninklijke Marine.".

Koninklijk Besluit

19 februari 1937 nr. 93

Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Staat, Minister van KoloniŽn, Voorzitter van den Raad van Ministers van 5 Februari 1937, No.486, Kabinet M.R.;

Hebben goedgevonden en verstaan: te bepalen:
De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw.

Onzen Ministers, Hoofden van Departementen van Algemeen Bestuur, zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Zell am See, den 19 februari 1937.

(get.) Wilhelmina

De Minister van Staat, Minister van KoloniŽn, Voorzitter van den Raad van Ministers,
(get.) H.Colijn

Inmiddels was de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland (HCNN) belast met het aanwijzen van standaardkleuren. Overwegende dat de aanvankelijk geformuleerde opdracht om de 'originele vlaggenkleuren' te benaderen onmogelijk bereikbaar was, om de eenvoudige reden dat men in voorbije eeuwen geen normalisatie kende en allerlei nuances van rood en blauw mogelijk waren, terwijl daarnaast een eeuwenlange strijdvraag of het rood wellicht meer oranjegetint zou dienen te zijn niet opnieuw opgerakeld kon worden, kwam men tot een bepaalde keuze van rood en blauw. Deze keuze geschiedde in overleg met landmacht, marine, diverse departementen, en enige grote scheepvaartmaatschappijen. Van de gekozen monsters werd door het Vezelinstituut TNO te Delft de kleur gemeten en vastgelegd in eenheden van het algemeen toegepaste C.I.E.-systeem voor kleurspecificatie. Het resultaat is de vastlegging van de kleuren van de Nederlandse vlag in het 'Normblad NEN 3055. Kleuren voor textielgoederen. Vlaggenkleuren. Rood en Blauw' (november 1958). De essentiŽle vaststelling luidt aldaar: "de kleur rood is helder vermiljoen, de kleur blauw is een kobalt-blauw.". De waarden van de trichromatische coŲrdinaten en de trichromatische coŽfficiŽnten voor de standaard vlaggenkleuren zijn dan als volgt:
kleurXYZxy
rood18,310,03,00,58470,3195
blauw7,56,625,30,19040,1675

Het Koninklijk Besluit van koningin Wilhelmina, in 1937, was in feite een herhaling van de Koninklijke Decreten van 1806, waarbij de 'geldende vlag', laatstelijk vastgesteld bij besluit van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden d.d. 14 februari 1796, werd gehandhaafd. Hoewel deze regeling bij de inlijving van ons land in 1810 zijn rechtskracht verloor, werd hij weer hersteld bij de onafhankelijkheid in 1813, zoals de soevereine vorst in zijn proclamatie van 6 december 1913 (Staatsblad nummer 6) verklaarde. In de vergadering van de Staten-Gereraal van 25 september 1795 werd een door het Comitť van Marine aangeboden model van een nationale vlag aangenomen, bij publicatie van dat lichaam d.d. 14 februari 1796 vastgesteld en op 1 maart daaraanvolgend die vlag ingevoerd. De voornaamste bepalingen zijn: "Dat voortaan en in het toekomende de Nationale vlag van deezen Staat zal zijn de gewoone en altoos in gebruik geweest zijnde Bataafsche of zogenaamde Hollandse vlag, bestaande in drie evenwijdige en horizontale banden, van gelijke breedte, en van welken de bovenste rood, de middenste wit, of ongekleurd, en de benedenste blauw gekleurd is.". Even verderop volgt een bepaling die nog al evenzeer van kracht is gebleven: "uitdrukkelijk verbod aan een iegelijk wien het zoude mogen aangaan, om in meergemelde gewoone Hollandsche vlag eenige verandering te maaken, veel min zig van den [speciaal voor de marine bestemde] Jack te bedienen, of ook eenig ander schilderwerk, als Gebouwen, Beelden, Boomen of van welk eenen aard zulks zoude mogen zijn, in hunne vlaggen, geuzen of wimpels te brengen.".

Voordien waren er heel wat meer 'Nederlandse' vlaggen in gebruik geweest, waarvan de voornaamste wel waren de Leeuwenvlag der Generale Staten, de Prinsenvlag (oranje, blanje, bleu), de 'Staatse geus' (gegeerd van oranje, wit, blauw en later rood, wit, blauw) en de Oranjevlag der geuzen (geheel oranje dus). Over het gebruiken van oranje, blanje, bleu of de rood, wit, blauw is heel lang, tot in onze dagen, strijd gevoerd. Echter reeds in 1787 was dit een twistpunt. De prinsgezinde Staten van Utrecht, vergaderd in Amersfoort, namen toen als hun standpunt in dat als kleurcombinatie gebruikt diende te worden: "de gecombineerde couleuren van oranje, wit en blaauw, waarbij 's-Lands vlag van ouden tijd af dor geheel Europa bekend is geweest.". Daarentegen vergaderden in Utrecht de patriottische Staten en vaardigden een verbod uit "gebruik te maken van de gecombineerde couleuren van orange, wit en blaauw, waarbij nimmer 's-Lands of der Staten vlag, zoals bij gezegde Staatspersonen zo ten onregte wordt geposeerd, maar wel een geusurpeerde zogenaamde princevlag van oude tijden af door geheel Europa is bekend geweest.".

Als de geuzen enkele maanden na de inname van Den Briel (1572) Gouda binnentrekken, voeren ze "vendelen orangien, wit en blaauw" met zich mee. De kronieken geven niet aan hoe ze er precies uitzagen. En niemand is er nog in geslaagd een sluitende verklaring te geven voor de keuze van juist deze kleuren. Oranje herinnert ongetwijfeld aan de vader des vaderlands Willem van Oranje. Maar waar wit en blauw naar verwijzen? Wat er ook van wordt beweerd, het blijven gissingen. Een feit is wel dat de kleuren rood-wit-blauw voorkwamen in het wapenschild van het prinsdom Oranje. Willem de Zwijger verkreeg in 1544 het prinsdom Oranje in zuid Frankrijk en bijbehorende titel uit een erfenis van zijn neef Rene van Chalons. Een wapenschild van Oranje had een gouden (in hydraltiek gele) achtergrond met daarop een blauwe jachthoorn met zilveren (in hydraltiek witte) banden er omheen. De koorden, het mondstuk en de beker van de hoorn waren rood.

Het spreekt vanzelf dat vlaggendeskundigen zich in de loop der jaren ernstig verdiept hebben in alle denkbare bronnen, waaruit de juiste vlaggenkleuren zouden zijn op te diepen. Vooral schilderijen en prenten hebben hierbij als bewijsmateriaal van bepaalde ingenomen standpunten gediend. In dit kader is het voldoende te memoreren, dat het oudst bekende geÔllustreerde handschriftelijke vlaggenboek van Napels (1667) voor 'Holland' een rood-wit-blauw documenteert. Vervolgens kennen wij de 'Dictionaire des termes propres de Marine' verschenen in 1687, van Mr. Desroches, die - weliswaar wat raadselachtig, maar toch heel duidelijk - spreekt over "vlaggen in banen van rood, wit en blauw, die men Oranjevlag noemt", en daarvan ook niet mis te verstane afbeeldingen brengt in deze kleuren. De latere bronnen zijn algemeen bekend en geven geen reden tot afzonderlijke vermelding. Het is wel vermeldenswaard dat vlaggenboeken en -kaarten, ten dienste van zeevarenden gemaakt dus, vrijwel zonder uitzondering alleen de kleuren rood-wit-blauw kennen.

 

Oranjewimpel

Het oranje is echter niet verdwenen uit onze Nederlandse vlaggenwereld. Integendeel! De geheel oranje vlag der geuzen ziet men bij feestelijke gelegenheden en speciaal op vierdagen van het Koninklijk Huis zowel bij particulieren als bij Overheid nog volop in gebruik. Specifiek voor Nederland is het gebruik van een Oranjewimpel bij de Nederlandse vlag, waaromtrent de Raad van Ministers in 1948 de volgende richtlijnen uitgaf: "Op verjaardagen van alle leden van het Koninklijk Huis wordt door alle officiŽle instanties gevlagd met Oranjewimpel. Op feestelijke gelegenheden waarbij de twee-eenheid Nederland en Oranje tot uitdrukking wordt gebracht, wordt eveneens door alle officiŽle instanties gevlagd met Oranjewimpel. In alle andere gevallen, dus bijvoorbeeld op de Nationale Herdenking op 5 mei, wordt gevlagd zonder Oranjewimpel. Het bovenstaande geldt voor alle gebouwen en terreinen, onafhankelijk van het feit, of vůůr of op het gebouw zelf wordt gevlagd. Het bovenstaande geldt niet voor H.M. schepen van oorlog en voor marine-inrichtingen aan de wal, voor kazernes en analoge inrichtingen van de koninklijke landmacht, voor vaartuigen in andere publieke dienst, voor de koopvaardijvloot en voor de vissersvloot, die steeds de Nederlandse vlag zonder wimpel voeren.". Het spreekt vanzelf dat bij de vaststelling der normen van de Nederlandse vlag daarin ook het oranjekleurig vlaggendoek werd betrokken. Normblad NEN 3203 (november 1958) definieert de waarden van de trichromatische coŲrdinaten en de trichromatische coŽfficiŽnten voor de standaardkleur oranje als volgt:
kleurXYZxy
oranje31,620,02,40,58520,3704

Over de geschiedenis van de Oranjevlag en -wimpel valt weinig bijzonders te berichten. Op oudere vlaggenkaarten en in vlaggenboeken vindt men ze zelden gememoreerd. Archiefstukken daarentegen spreken reeds in de 16e eeuw van Oranjevaandels (zoals die bijvoorbeeld in Enkhuizen op 21 mei 1572 werd uitgestoken bij het kiezen van 's prinsen zijde), en ook van Oranje-sjerpen (die jongens droegen, die begin augustus 1653 de prins wilden verwelkomen bij Rijswijk). In elk geval blijkt duidelijk dat men in het oranje steeds nadrukkelijk de prinselijke of vorstelijke kleuren is gaan zien, waartoe de naam van het Huis Oranje uiteraard aanleiding gaf. De livreimonstering van de hofhouding bevatte ook deze kleur. Het oranje heeft speciaal ook zijn functie gehad in tijden van onderdrukking en verzet, zoals niet alleen in de laatste oorlogstijd is gebleken, maar bijvoorbeeld ook onder de Franse bezetting tot uiting kwam. Op 8 maart 1813 daarentegen konden op de oude prinsenverjaardag reeds weer 7 Harlingers op de jaagschuit te Franeker met een Oranjevlag manifesteren, nadat op 24 augustus 1788 de Oranjevlag te Drontyp met brandende pijpen, slijk en vuil was besmet. Zodoende is de driekleur in rood, wi