Europa na de tachtiger jaren
Dit werkstuk "Europa na de tachtiger jaren" is in februari 1990 geschreven door Nic van Holstein in het kader van het vak Aardrijkskunde op De Boeg te Eindhoven. In 1999, bijna 10 jaar na de omwenteling, is het getypte werkstuk geschikt gemaakt voor internet. De lezer dient erop bedacht te zijn dat de tekst niet is herzien. Dat mag blijken uit taalgebruik en interpretatie van de situatie. Het werkstuk geeft echter een aardig tijdsbeeld en een leuke impressie van het denken direct na de omwenteling in Oost-Europa.
November 1999
Inleiding
Vanaf de Tweede Wereldoorlog staat de Koude Oorlog tussen Oost- en West-Europa in, net als het IJzeren Gordijn dat Europa dwars doormidden snijd. Maar toen aan het eind van de jaren tachtig kwam Gorbatsjov en met hem zijn Perestrojka en Glastnost. Het begin van het eind van de Koude oorlog.
Een mooi onderwerp voor mijn Aardrijkskunde werkstuk: "Oost-West problematiek", dacht ik. Maar ik had mijn onderwerp nog maar goed en wel ingeleverd of de Perestrojka bleek meer gevolgen te hebben dan ontwapening en economische veranderingen in de Sovjet Unie.
Deze Perestrojka die in de Sovjet Unie economische veranderingen teweeg had moeten brengen, schudde in plaats daarvan onder andere: de Polen, Duitsers, Tjechoslowaken en Roemenen wakker. In de landen van deze volkeren leidde de Perestrojka tot vrijheid, democratisering, afzetting van dictators en de afschaffing van het communistische systeem. Ineens ging mijn werkstuk niet meer over de problematiek van Oost- en West-Europa maar over Europa na de Perestrojka. Een bijzaak was hoofdzaak geworden.
Met in het achterhoofd de vraag: "Wat zijn de gevolgen van de Perestrojka voor Europa en de wereld?" ben ik aan het werkstuk begonnen.
1. De problematiek in Oost-Europa
De hoofdvraag die wij in dit hoofdstuk stellen is waarom er nieuwe revoluties hebben plaatsgevonden in de Oosteuropeese landen. Samengevat zijn er drie mogelijke oorzaken te vinden:
- het communisme is opgelegd;
- onvrede met economische situatie;
- geen politieke inspraak.
1.1. Het communisme is opgelegd
Hoe kom je aan de stelling dat het communisme aan de bevolking is opgelegd, als je weet dat het volk zelf een revolutie heeft ontketent?, zou je aan mij kunnen vragen. Dan zou ik moeten toegeven dat er inderdaad een revolutie aan vooraf is gegaan, maar daarna heeft een kleine groep communisten, de Bolsjewieken, in Rusland de macht gegrepen. In plaats van de bevolking na de revolutie in 1917 te laten stemmen over een nieuwe regering, stelden de Bolsjewieken een nieuwe grondwet op, waarin bepaald werd dat er nog maar één partij was toegestaan: de Communistische Partij.
Maar niet alleen in de Sovjet Unie geldt dat het communisme door een minderheid aan de meerderheid van de bevolking is opgelegd. Voor de meeste Oosteuropeese landen zoals de DDR (Duitse Democratische Republiek), Polen, Tjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije geldt dat de Sovjet Unie er tijdens de Tweede Wereldoorlog is ingevallen (bevrijd van de Nazi's), er later een communistische regering aan de macht bracht en met die regeringen een militair bondgenootschap afsloot (Warschau Pact) om zichzelf tegen het Westen te beschermen. Ook als er later een regering dreigde om te vallen was er altijd de Sovjet Unie om de opstanden neer te drukken en hervormingen te voorkomen.
Dus in de meeste communistische landen steunde de regering niet op een spontane revolutie, maar op de macht van de Sovjet Unie. Toen Gorbatjov in de Sovjet Unie aan de macht kwam en zijn handen van die communistische regeringen terugtrok viel de hele machtsstructuur weg en was het tijd voor een echte revolutie.
1.2. Onvrede met de economische struktuur
Niet alleen was het communisme tegen de wil en dank opgelegd, maar ook de economische situatie werd er niet beter op. De communistische economie is namelijk een plan-economie. Dat wil zeggen dat er vooraf voor een bepaalde periode (5 jaar) door de regering bepaald wordt wat en hoeveel er geproduceerd gaat worden. Dat heeft nadelen. Als er namelijk na 2 jaar geen behoefte meer is naar een bepaald product, zit men toch vast aan het 5 jaren plan en er ontstaan overschotten. Andersom is natuurlijk ook mogelijk maar dan ontstaan er geen overschotten maar tekorten. Als oplossing voor het eerste probleem bedachten de communisten het volgende, wanneer je de bevolking geen andere keus liet moesten ze het verouderde product wel kopen. De enige oplossing die ze voor het tweede probleem konden bedenken was: lege winkelschappen.
Doordat een plan-economie niet op tijd inspringt op de wensen van de consument is er geen behoefte aan een sterke concurrentie-positie, zodat de technische ontwikkeling niet langer noodzaak is. Hierdoor heeft het Oostblok een achterstand opgelopen op het Westen.
De communistische leer bepleit gelijkheid voor iedereen. Een mooi streven maar de mens wil nu eenmaal beloond worden voor zijn extra inspanningen. Dit streven liet de Partij dan ook snel gedeeltelijk varen. Partijbonzen genoten privileges, zoals eigen "westerse" winkels en luxe villa's. Partijleden kregen bijvoorbeeld een voorkeursbehandeling bij sollicitaties naar een belangrijke job, terwijl de gewone arbeider maar van hop naar her overgeplaatst werd, net waar hij nodig was. Deze voorrechten waren er voornamelijk om corruptie tegen te gaan en de partij een belangrijke plaats in de samenleving te geven. Maar ook de productie moest omhoog. Arbeiders werden bij en hoge productiviteit uitgeroepen tot zoiets als "de beste arbeider". Tenslotte mochten de arbeiders van de staatslandbouwbedrijven (Sovchosen) en de boeren van de Kolchozen bij een hoge productie een stuk grond zelf verbouwen. Door deze en andere maatregelen probeerde men de winkels weer vol te krijgen.
Ondanks alles verdwenen de rijen voor de winkels niet. Daar er niet veel in de winkels te krijgen was en de lonen, ouderdoms- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen e.d. (uitgezonderd werkloosheidsuitkeringen omdat er officieel geen werkloosheid is in de communistische landen) nogal wat te wensen overlaten, waren de levensomstandigheden niet al te best. Daarbij komt nog dat wanneer je iets kan sparen je spaargeld door de hoge inflatie na een jaar sterk in waarde is verminderd. Dit samen met het feit dat er bevoordeelde groepen medeburgers waren had economische onvrede tot gevolg.
1.3. Geen politieke inspraak
Zoals al in de eerste paragraaf van dit hoofdstuk beschreven staat had de Communistische Partij in het Oostblok een monopolie-positie. Dit monopolie berustte op drie peilers:
- de grondwet die in artikel 6 alle oppositie verbied;
- het verbod op vrijheid van meningsuiting, drukpers, vereniging en vergadering;
- het spionage-netwerk dat de bevolking in het gelid moest houden.
Deze drie peilers zijn moeilijk neer te halen omdat eventuele hervormingen door de Opperste Sovjet moeten worden goedgekeurd. (zie tabel) Door de monopolie-positie van de Partij zitten er alleen communisten in de Opperste Sovjet. Zij zeggen dat ze geen hervormingen konden doorvoeren omdat de partij het beleid bepaald. De Partij zegt dat ze geen hervormingen kon voorstellen omdat dat tegen de grondwet is en alleen de Opperste Sovjet kan die veranderen. Zo raakte men in een vicieuze cirkel die alleen verbroken kon worden door de Communistische Partij, die dat natuurlijk met opzet niet deed.
Tabel: Machtsstruktuur van de staat en de communistische partij
| Staat | Partij |
|---|
| Voorzitter "staatshoofd" | Algemeen secretaris |
| Ministerraad | Presidium/Politburo |
| Presidium | Centraal Comitee (175 leden) |
| |
| Opperste Sovjet | Partijcongres van de unie (1 x 4 jaar) |
| Raad van de Unie | Raad van de Nationaliteit |
| | |
| Sovjet Republieken | Partijcongressen Republieken |
| |
| Plaatselijke Sovjets | Plaatselijke Partijcongressen |
| |
| Bevolking van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken |
De oppositie in het Oostblok bestaat dan ook niet uit politieke partijen, maar voornamelijk uit milieu-groeperingen die toch politiek gekleurd zijn of een oude vakbond of vereniging van voor de revolutie die tot de dag van vandaag het communisme overleeft hebben.
2. De nieuwe revoluties en hervormingen
Zoals er al verteld is in de inleiding van dit werkstuk, heeft Gorbatsjov de aanleiding gegeven tot de revoluties en hervormingen in het Oostblok. In dit hoofdstuk gaan wij de revoluties en hervormingen die tot nu toe hebben plaats gevonden bespreken.
2.1. Sovjet Unie
In de Sovjet Unie is het allemaal begonnen toen Gorbatsjov aan de macht kwam. Gorbatsjov stelde zich veel soepeler op dan zijn voorgangers en deed belangrijke toezeggingen in de wapenonderhandelingen met de Verenigde Staten die hij gestart had. De internationale ontspanningen die hierop volgde schiepen het klimaat voor hervormingen in Oost-Europa. De Sovjet Unie hoefde namelijk niet meer langer bang te zijn voor een inval van de NAVO landen en konden de bufferzone tussen West-Europa en Sovjet Unie loslaten. De Oostblok landen zagen de steun die de Sovjet Unie altijd had gegeven wegvallen en moesten dus wel toegeven aan de roep om hervormingen van de bevolking. Mede omdat ze zagen dat er in de Sovjet Unie ook economische hervormingen plaats vonden. De regeringen van de communistische landen moesten zelf bepalen hoe ze op deze roep inspeelden.
2.2. Polen
Polen was het eerste Oostblok land waar de Communistische Partij haar monopolie opgaf en na democratische verkiezingen samen met de vakbond Solidarnos ging regeren. De Communistische Partij was hiertoe gedwongen doordat de Poolse economie op springen stond en er weer stakingen uitbraken zodat de situatie helemaal onhoudbaar werd. Na een rondetafel conferentie met de vakbond kwamen ze overeen dat er democratische verkiezingen uitgeschreven zouden worden op voorwaarde dat de communisten in ieder geval in parlement en regering vertegenwoordigd zouden blijven. Deze verkiezingen won Solidarnos met overweldigende meerderheid zodat alle beschikbare plaatsen door Solidarnos bezet werden, zowel in het parlement als de regering. Mazoweichi werd premier en de vakbondsleider Walenza bleef gewoon vakbondsleider. de nieuwe regering begon onmiddellijk met economische hervormingen, de prijzen stegen dramatisch doordat subsidies werden afgeschaft om de inflatie te beteugelen. Als er geen stakingen volgen zou de schoktherapie van de Poolse minister van financiën nog wel een kunnen werken en hebben we over een aantal jaren een gezonde markteconomie in Polen.
2.3. Hongarije
Hongarije was het eerste land dat de Oost-Duitsers zonder visum de Oosterijk-Hongaarse grens liet passeren. Na enige gesprekken met Oost-Duitsland en andere Oostblok landen braken de Hongaren het IJzeren gordijn helemaal af. In Hongarije zelf zag de Hongaarse Communistische Partij (HSA) zich onder druk van het volk en Democratisch Forum gedwongen hervormingen door te voeren en zichzelf om te vormen tot een nieuwe partij (HSP) en zo plaats te maken voor democratische verkiezingen.
2.4. Oost-Duitsland
De Oost-Duitse Communistische Partij kon nadat de leegloop van de DDR via Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije niet meer te houden was, de hervormingen niet langer uitstellen of van de DDR zou binnen de kortste keren niets meer over zijn. De partijleider en president Honecker werden afgezet en de Communistische Partij formuleerde een voorlopige regering. Als blijk van goede wil liet die een paar extra doorgangen in de Muur aanbrengen, hierop viel de Muur. Onder druk van Neues Forum stelde de communisten een overgangsregering in. Deze liet de Muur stukje bij beetje afbreken. Hierdoor kwam de hereniging van de DDR en de BRD (Bonds Republiek Duitsland) weer te spraken. Wij gaan hier in paragraaf 3.2 verder op in. Verder nodigde deze regering Neues Forum uit voor rondetafel gesprekken over de problemen waar de DDR mee kampte. Omdat er afgesproken werd dat er verkiezingen zouden komen besloot de Communistische Partij zichzelf op te heffen en net als in Hongarije een nieuwe partij op te richten.
2.5. Tsjechoslowakije
Het leek bijna een herhaling van de Praagse Lente in 1968: demonstraties en hard politie optreden, maar ditmaal zette de Tsjechoslowaken door. Mede doordat de Russen niet ingrepen. De communistische regering zwichtte voor de druk van Burger Forum en de studenten en willigde de eisen in. De communistische regering trad af en er werd een nieuwe regering geïnstalleerd met als premier Alexander Dubcek, de hervormingsgezinde oud-partijleider tijdens de Praagse Lente. Ook de communistische president trad af en de dissidente schrijven Vaclav Havel werd beëdigd tot nieuwe president. De tweede Praagse Lente liep goed af.
2.6. Roemenië
Eerst leek het erop dat Nicolae Ceausescu, de conductor van Roemenië, nog stevig in het zadel zat en geen last zou ondervinden van de revoluties in de andere Oosteuropeese landen. maar niets is zo bedrieglijk als de schone schijn. Na rellen in Timisoara braken er in de rest van het land ook onlusten uit. De veiligheidsdienst, Sucuritate, probeerde deze revolutie bloedig neer te drukken. Het leger koos de kant van het volk en besteed de Securitate, die in alle lagen van de bevolking geïnfriltreerd bleek te zijn, in straatgevechten door het hele land. Het imperium van de conducator brokkelde in ijl tempo af en tenslotte zag Ceausescu zich genoodzaakt om te vluchten. Tijdens de vlucht werd hij aangehouden, in een geheim proces veroordeeld en tenslotte geëxecuteerd. Ondanks alles bleven de Securitates, die het bevel hadden gekregen door te vechten, actief en slachten af wat ze af konden slachten. Door het volharden van het leger, die met veel minder moderne wapens uitgerust was dan de Securitates, en het volk, dat barrières opwierp om de Securitates tegen te houden, moesten de Securitates zich uiteindelijk overgeven. Nu regeerde de tijdelijke regering, het Front voor Nationale Redding, met steun van het leger. Zij schaften de doodstraf bij decreet af, maar wilde de Communistische Partij niet echt verbieden. Zolang in Roemenië nog geen democratische verkiezingen hebben plaats gevonden blijft er toch een dictatuur.
2.7. Joegoslavië en Albanië
Noch Jougoslavië, noch Albanië zijn ooit aangesloten geweest bij het Warschau Pact of de Comecon. Toch hebben deze landen beide, naast dat ze een communistische regering hebben, eigenlijk geen andere overeenkomsten. Joegoslavië heeft namelijk altijd een veel meer gematigde politiek gevoerd ten opzichte van West-Europa en de toepassing van het communisme dan de rest van het Oostblok. terwijl Albanië juist niets van enig ander land moet hebben en een zeer streng communistisch systeem heeft. In beide landen staat het oude communistische bewind nog steeds overeind, maar in ieder land om een andere reden. In Jougoslavië omdat het bewind er altijd vrij soepel is geweest, waardoor men onlusten voorkomt. Terwijl het bewind in Albanië nog overeind staat omdat er een zeer strenge dictatuur is die opstanden tot nu toe heeft kunnen onderdrukken.
3. Wederopbouw van Europa
In dit hoofdstuk gaan we het naast de laatste ontwikkelingen in Europa hebben over onderwerpen waar men mee te maken krijgt als je met de opbouw van een nieuw Europa begint. Zoals: de volkeren-problematiek, de hereniging van beide Duitslanden en Europa.
3.1. Eén Unie?
Nu er hervormingen in de Sovjet Unie plaats inden, meer vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering e.d., komen de problemen tussen de verschillende republieken, volkeren, talen en godsdiensten aan het licht. De Sovjet Unie is zoals de naam het al zegt een unie en bestaat uit de volgende republieken:
- Rusland
- Oekraine
- Wit-Rusland
- Armenië
- Azerbaidzjan
- Groesië
- Turkmenistan
- Oezekistan
- Tadzjikistan
- Kazachstan
- Kirgiezië
- Moldavië
- Estland
- Letland
- Litouwen
De grenzen tussen sovjet-republieken zijn meestal puur geografisch en er is geen rekening gehouden met de drie factoren godsdienst, taal en volk. Soms werden hele bevolkingsgroepen van de ene naar de andere republiek overgeplaatst om de Sovjet Unie een hechtere struktuur te geven. Maar hierdoor ontstonden de volgende problemen:
- delen van een republiek proberen zich af te scheiden van het andere deel met een andere taal, godsdienst of volk;
- de minderheid in een sovjet-republiek wordt achtergesteld of verdreven.
Twee sovjet-republieken die hier last van hebben zijn Armenië en Azerbaidzjan.
In het geval dat er wel rekening is gehouden met de drie factoren ontstaat er ook een probleem. De sovjet-republiek voelt zich niet verbonden met Moskou en de andere republieken en probeert zich nu af te scheiden van de Sovjet Unie omdat de dwang vanuit Moskou met de hervormingen afneemt. Een goed voorbeeld hiervoor zijn de Baltische staten Letland, Estland en Litouwen, die na de oorlog aan de Sovjet Unie zijn toegevoegd en zich daarom helemaal niet met de rest van de Sovjet Unie verbonden voelen.
Het bovenstaande is niet alleen van toepassing op de Sovjet Unie, maar ook op andere communistische landen zoals Roemenië, Hongarije Polen, Duitsland en Joegoslavië en misschien indirect ook wel op een verenigd Europa.
3.2. Der Annschluss der DDR
Duitsland is na de Tweede Wereldoorlog opgesplitst in verschillende delen om een nieuwe Duitse dreiging te voorkomen. De indeling was als volgt: een Engelse zone, een Amerikaanse zone, een Franse zone en een Russische zone. Verder werd een deel definitief bij Polen getrokken, terwijl de zones later weer Duits zouden worden. Nadat er problemen ontstonden tussen de geallieerde werden de drie Westerse zones tot de BRD uitgeroepen en de Russische zone heette in het vervolg de DDR. Jarenlang bleef de koude oorlog tussen de beide Duitslanden in staan. De BRD sloot zich aan bij de NAVO (Noord Atlantische Verdrags Organisatie) en EG (Europeese Gemeenschap), terwijl de DDR zich bij de vijandelijke organisaties, zoals het Warschau Pact en de Comecon aansloot. Toen met Gorbatjov het tijdperk der ontspanningen aanbrak was de weg vrij voor de afbraak van de Muur die tijdens de Koude Oorlog tussen de twee Duitslanden gebouwd was.
In de gesprekken die daarop volgde bleek dat er nogal wat meningsverschillen over de hereniging waren. Iedereen had een eigen mening over deze kwestie. De regering van de BRD wil de DDR er wel bij hebben. Een soort tweede Annschluss, maar dan niet met Oostenrijk maar met de DDR. De regering van de DDR wil de welvaart van de BRD wel maar dan als gelijke partners.
De EG wil de DDR om economische redenen niet in haar gemeenschap. Terwijl de NAVO de komst van de DDR tegemoet ziet, maar het Warschau Pact wil de DDR niet kwijt. Daarbij komt nog dat men het binnen die organisaties nog niet altijd eens is. Door deze factoren heeft men besloten om voorlopig nog maar af te zien van een hereniging van beide Duitslanden en om eens te ijken of er een monetaire unie opgericht kon worden. De voornaamste bezwaren tegen die hereniging zijn dus:
- noch de DDR, noch de BRD erkennen de naoorlogse grenzen van Polen;
- het evenwicht tussen Oost en West mag niet verstoord worden;
- een nieuwe dreiging vanuit het verenigde Duitsland is niet voor niets na de Tweede Wereldoorlog in zones verdeeld.
Het voornaamste bezwaar tegen de monetaire unie is dat de wereld economie en de EG ontwricht kunnen worden, waardoor er weer een krisis zou kunnen ontstaan. Ondanks deze bezwaren is het heel waarschijnlijk dat er eerst een economische unie en later een verenigd Duitsland zal ontstaan.
3.3. Europeese Hereniging
Nu de EG bijna één is geworden en de Comecon op sterven na dood is, is het waarschijnlijk dat de Oostblok landen als de welvaart er groot genoeg is ook toe zullen treden tot een verenigd Europa. Het Europa van de sterke EG. Maar eerst zal het welvaartspijl flink moeten stijgen. Iets waar verschillende Oosteuropeese landen ieder op zijn eigen manier mee bezig zijn. Samen met hulp van de EG zal er tussen de Oost- en Westeuropeese landen sociale en economische samenwerking ontstaan, dat uiteindelijk zal leiden tot een sterk Europa, dat de concurrentie met de rest van de wereld aankan. De Oosteuropeese markt ligt open. Dat wil zeggen als de Westeuropeese bedrijven en overheden nu in Oost-Europa willen gaan investeren. Het is namelijk ook mogelijk dat Oost-Europa in de toekomst de goedkope werknemers voor West-Europa mag gaan leveren en geheel uitgezogen wordt. Zodat de plannen om een zelfstandige Oosteuropeese markteconomie te ontwikkelen mislukken en Oost-Europa helemaal aan de grond raakt omdat de EG zich afzijdig houd en niet bereid is om offers te brengen ten bate van Oost-Europa. Dan zouden de Oosteuropeese landen wel eens de miskraam van de goddelijke Europa kunnen worden.
Zoals blijkt hebben er in Oost-Europa grote veranderingen plaats gevonden die zeker ook hun invloed zullen hebben op West-Europa en de rest van de wereld. Naar het eindresultaat kan men enkel gissen. De toekomst zal uit moeten wijzen wat er uiteindelijk van Europa terecht zal komen.
Literatuur
Van Houtert (1989/1990), Eindhovens Dagblad, Rotabest; Best
Adang & Vercauteren (1974), Mensen en macht deel 5 VWO, Meulenhoff; Amsterdam
Trommar (1987), Aarde in Balans, Educatief; Voorschoten
Wolters Noordhoff (1985), Kleine Bosatlas, Wolters Noordhoff; Groningen
Van den Bossche (1990), Elsevier Weekblad, Bonaventura; Amsterdam
Van Doorn (1984), Bondsrepubliek Duitsland, Malmberg; Den Bosch
© Nic van Holstein