Arbeidsmarktonderzoek
Arbeid en Sociale Zekerheid
'96/'97
Sevio verkent de arbeidsmarkt voor afgestudeerden
juni 1997
Inhoudsopgave
Voorwoord bij de internet-uitgave van 1998
Voorwoord bij de uitgave van 1997
Inleiding
Hoofdstuk 1 Algemene schets van de opleiding ASZ
1.1. Inleiding
1.2. De studie Arbeid en Sociale Zekerheid
1.3. Het multidisciplinaire karakter van de opleiding
1.4. De studievereniging Sevio
1.5. Wat komt er na Sevio?
1.6. Beroepsvelden voor afgestudeerden Arbeid en Sociale Zekerheid
1.6.1.Beleidsfuncties
1.6.2.Onderzoeksfuncties
1.6.3.Wetstechnische functies
Hoofdstuk 2 Arbeidsmarktonderzoek '96/'97: Algemene schets van de
afgestudeerden
2.1. Respons
2.2. Geslacht en leeftijd
2.3. Verhouding verkort/regulier
2.4. Duur van de studie
2.5. Werkervaring en bestuurlijke ervaring
2.6. Stage
2.7. Cursus in het buitenland
Hoofdstuk 3 Arbeidsmarktonderzoek '96/'97: Functies van ASZ'ers
3.1. Eerste baan na ASZ-opleiding
3.2. Huidige baan ASZ'ers
3.3. Cursus of bedrijfsopleiding
3.4. Vergelijking toen en nu
Hoofdstuk 4 Beoordeling van de opleiding
4.1. Arbeid en Sociale Zekerheid achteraf bezien
4.2. Aspecten van belang voor een goede uitoefening van de huidige
functie
Hoofdstuk 5 Afgestudeerden aan het woord
André F.
Pim B.
Patrick J.
Jolanda A.
Hoofdstuk 6 Enkele potentiële werkgevers voor afgestudeerde ASZ'ers
6.1. Sociale Verzekeringsbank (SVb)
6.2. Amev Nederland nv
6.3. Algemene Rekenkamer
6.4. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
6.5. Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)
6.6. Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP)
6.7. Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV)
6.8. Nederlandse Philips Bedrijven B.V.
6.9. Instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en
advies (IVA)
6.10.Gak-groep
[inhoud]
Voorwoord bij de internet-uitgave van 1998
Na aanleiding van de positieve reacties de wij ontvangen hebben over de
gedrukte uitgave van het Arbeidsmarktonderzoek, hebben wij het onderzoek nu ook op
internet beschikbaar gemaakt. Het rapport is zo door iedereen te raadplegen.
Het rapport kan gelezen worden aan de hand van de hyperlinks in de inhoudsopgave. Natuurlijk
kan het rapport ook integraal gelezen worden door te scrollen.
In het orginele rapport worden in hoofdstuk 5 de volledige namen van de afgestudeerden gebruikt.
In verband met de privacy hebben wij besloten om op het
internet alleen de voornaam met initiaal te gebruiken. Er hebben verder geen inhoudelijke aanpassingen plaatsgevonden.
Tilburg, februari 1998
Nic van Holstein, secretaris
[inhoud]
Voorwoord bij de uitgave van 1997
"Honderd procent van de afgestudeerde studenten Sociale Zekerheidswetenschap heeft werk en bijna allen waren enkele maanden voor hun feitelijk
afstuderen zeker van een baan".
Dit was in 1989 één van de conclusies van het onderzoek naar de kansen
van Sociale Zekerheidswetenschappers op de arbeidsmarkt. Sindsdien is er
het een en ander veranderd. Daarbij doel ik in eerste instantie niet op de
naamsverandering van Sociale Zekerheidswetenschap in Arbeid en Sociale
Zekerheid, maar op de grote verschuivingen op de arbeidsmarkt. Studenten
Arbeid en Sociale Zekerheid (ASZ'ers) krijgen na hun afstuderen te maken
met een totaal andere arbeidsmarkt dan 8 jaren geleden.
Ten eerste is de werkloosheid onder academici de laatste jaren sterk
toegenomen. Het vermoeden bestaat dat ook ASZ'ers te maken hebben met
een gebrek aan banen.
Ten tweede ligt het in de verwachting dat de privatisering van de sociale
zekerheid een verschuiving op de arbeidsmarkt tot stand heeft gebracht.
Waarschijnlijk zijn er steeds meer banen voor ASZ'ers te vinden bij
particuliere verzekeringsmaatschappijen en (grote) bedrijven in plaats van
bij de overheid.
Vermoedens, verwachtingen en waarschijnlijkheden. Het is voor wetenschappers een uitdaging om deze termen zoveel mogelijk te vermijden en te
vervangen door woorden als feiten en zekerheden. Tijd dus voor een nieuw
onderzoek. Daarom besloot Sevio om bij haar bestuurswisseling in oktober
1996 een commissie op te richten. Maud Duijsings werd benoemd tot
coördinator en haar eerste taak was om een werkgroep te formeren. Zo
ontstond de "Arbeidsmarktcommissie" waarin behalve Maud ook Milan Heiligers, Jessica van Langevelde, Natascha Moonen en Claudine van Vlimmeren
plaats namen. Claudine werd na enkele maanden vervangen door Angelique
Cremers.
De commissie kreeg de opdracht om een onderzoek in te stellen naar de
arbeidsmarktkansen van studenten Arbeid en Sociale Zekerheid. Het
resultaat ligt voor u; gepresenteerd op de lustrummiddag in het kader van
het 10-jarig bestaan van Sevio.
Namens het bestuur van Sevio wil ik de leden van de Arbeidsmarktcommissie hartelijk feliciteren met het fraaie verslag dat hun onderzoek heeft
opgeleverd. Verder wil ik u, als geïnteresseerde lezer, een leerzaam
leesplezier toewensen. Voor de ASZ-studenten wil ik daarbij toevoegen: haal
je voordeel uit de informatie!
Tilburg, juni 1997
Joeri Kapteijns, voorzitter Sevio
[inhoud]
Inleiding
In het najaar van 1996 is binnen de studievereniging voor studenten
Arbeid en Sociale Zekerheid, Sevio, de arbeidsmarktcommissie ingesteld. Deze
commissie had de opdracht een onderzoek te doen naar de arbeidsmarkt
voor afgestudeerde ASZ'ers (voorheen: sociale zekerheidswetenschappers).
De ervaringen van reeds afgestudeerde studenten vormden het uitgangspunt voor het onderzoek.
Aan de hand van een enquête, gehouden onder oud-ASZ'ers, hebben we
geprobeerd gegevens te achterhalen met betrekking tot de ervaringen van
deze personen. Onderwerpen waar wij ons op gericht hebben zijn:
- het zoeken naar een baan
- de huidige baan
- gevolgde cursussen en opleidingen na ASZ
- de ASZ-opleiding achteraf bezien
Naast de resultaten van de enquête hebben wij een aantal afgestudeerden
iets uitgebreider aan het woord gelaten. Ook zijn organisaties van enige
potentiële werkgevers beschreven. Deze beschrijvingen geven inzicht in het
soort organisaties waar afgestudeerden terecht kunnen komen. Ook geeft
het een beeld van de werkzaamheden die afgestudeerden kunnen gaan
verrichten.
Graag willen wij de vakgroep bedanken voor de financiële ondersteuning.
Tevens zijn wij veel dank verschuldigd aan de respondenten. Zonder hun
medewerking was dit onderzoek niet mogelijk geweest. In het bijzonder
willen wij Pim B., André F., Patrick J. en Jolanda A.
bedanken voor hun bijdrage.
Het onderzoeksrapport is toegestuurd aan alle Sevio-leden, de respondenten
die dit op prijs stelden en de leden van de vakgroep.
Wij hopen hiermee een duidelijk beeld te schetsen voor toekomstige ASZ'ers
en praktische informatie te geven aan de huidige ASZ'ers.
Angelique Cremers
Maud Duijsings
Milan Heiligers
Jessica van Langevelde
Natascha Moonen
[inhoud]
Hoofdstuk 1
Algemene schets van de opleiding ASZ
1.1.Inleiding
De faculteit der Sociale Wetenschappen (FSW) is een van de vijf faculteiten
aan de Katholieke Universiteit Brabant. Het is een faculteit met in haar
onderwijs en onderzoek een grote nieuwsgierigheid naar het gedrag van
mensen onderling in allerlei samenlevingen.
Naast de monodisciplines Psychologie en Sociologie kent de FSW vier
mulitidisciplinaire studies waaronder de studie Arbeid en Sociale Zekerheid.
[inhoud]
1.2.De opleiding Arbeid en Sociale Zekerheid
De opleiding Arbeid en Sociale Zekerheid richt zich op de bestudering van
de manieren waarop aan de burgers maatschappelijke en economische
zekerheid geboden kan worden. Ze bestudeert het beleid, de regels en de
instellingen die hiertoe in het leven geroepen zijn. De studie heeft oog voor
de historie en is ook internationaal van karakter.
Bij het bieden van maatschappelijke en economische zekerheid dient aan
burgers een kans gegeven te worden om op eigen kracht die zekerheid te
verwerven. Dit betekent dus dat er voldoende werkgelegenheid moet zijn,
de arbeidsmarkt flexibel moet functioneren, de arbeidsomstandigheden veilig
moeten zijn, arbeidsongeschikten en werklozen door scholing en training
teruggeleid moeten worden naar de arbeidsmarkt, etc. Pas als dit niet werkt
dient er een stelsel van sociale zekerheid te zijn dat de functie van de
verloren gegane arbeid overneemt. Dit stelsel bestaat uit het geheel van
particuliere en sociale verzekeringen en voorzieningen.
In de studie staan niet alleen de vraagstukken van arbeid en sociale
zekerheid centraal, maar bovendien ook de onderlinge verbanden hiertussen.
[inhoud]
1.3.Het multidisciplinaire karakter van de opleiding
De opleiding Arbeid en Sociale Zekerheid staat bekend als een multidisciplinaire opleiding. Dit is een opleiding waarin het onderwerp van studie
bestudeerd wordt vanuit diverse wetenschappelijke vakgebieden om zodoende tot een zo compleet mogelijk inzicht te komen.
De vakgebieden die bij ASZ aan bod komen zijn:
- economie
- rechten
- sociologie
Het centrale onderdeel van de studie is "Leer van Arbeid en Sociale
Zekerheid". Deze rust op een drietal pijlers: Ten eerste de "multidisciplinaire" benadering, ten tweede de aandacht voor de historische dimensie en ten
derde een internationaal vergelijkende aanpak.
[inhoud]
1.4.De studievereniging Sevio
Sevio is een afkorting van SEcuritas VIncit Omnia (zekerheid overwint alles)
en is in 1987 opgericht door een aantal vooruitstrevende studenten die
studeren alleen niet voldoende vonden.
De studievereniging van (toen nog) Sociale Zekerheidswetenschap kreeg als
doel: "het scheppen van een praktisch kader rond een theoretisch ingerichte studie en het bevorderen van de contacten tussen studenten onderling
en docenten". Om dit doel te bereiken werden studiegerichte activiteiten
georganiseerd. Dit streven is altijd hoog in het vaandel gebleven. Sevio
organiseert symposiums en studiedagen, maar ook diverse excursies. Zo zijn
in het verleden onder andere Philips, Interpolis, het GAK, het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Brussel (Kruispuntbank en
Economisch en Sociaal Comité) bezocht. Naast deze studiegerichte activiteiten
worden er ook ontspannende activiteiten, zoals sportmiddagen en borrels,
georganiseerd. Deze extra activiteiten hebben voornamelijk een sportief en
gezellig karakter. Dit jaar mag de studievereniging haar 10-jarig bestaan
vieren.
Sevio heeft ook een verenigingsblad, genaamd "Social Issue". In dit blad
komt het laatste nieuws van alles wat met de studie en Sevio te maken
heeft. Ook kan dit orgaan gebruikt worden voor ingezonden stukken van
personen die hun mening willen geven over de studie, maatschappelijke
ontwikkelingen of zo maar iets kwijt willen.
[inhoud]
1.5.Wat komt er na Sevio?
Het antwoord daarop is eenvoudig te geven: Netwerk.
De vereniging Netwerk is nog maar kort geleden opgericht. Eigenlijk is het
oprichten van de vereniging weinig anders geweest dan het formaliseren
van hetgeen al jaren gebeurt. Namelijk het vormen van een netwerk van
oud-studenten Sociale Zekerheidswetenschap/Arbeid en Sociale Zekerheid.
Met enige regelmaat wordt een terugkommiddag georganiseerd. Op deze
middag staat steeds een thema centraal. Er is een inleider en er wordt
gediscussieerd. Daarnaast zijn er op zo'n middag medewerkers van de
vakgroep Arbeid en Sociale Zekerheid aanwezig die de oud-studenten
bijpraten over het wel en wee van de studierichting. Dergelijke bijeenkomsten dienen ook om contacten op te doen, ervaringen uit te wisselen en
gezellig bij te praten.
Maar het netwerk houdt meer in. Doordat je mensen leert kennen die bij
zeer verschillende werkgevers werkzaam zijn: Philips, het onderwijs, het
Ctsv, Interpolis, de SVB, sociale diensten, het Ministerie van SZW en nog
vele andere werkgevers heb je vrij gemakkelijk een ingang om aan informatie te komen, om even af te stemmen, of bijvoorbeeld om te weten
wanneer ergens een vacature vrij komt. Kortom, het echte 'netwerken'.
De vereniging Netwerk staat open voor iedere afgestudeerde in de Sociale
Zekerheidswetenschap/Arbeid en Sociale Zekerheid. Ieder die lid is ontvangt
het bulletin van de vereniging. Voor net afgestudeerden bedraagt de
contributie 15 gulden. Na een jaar bedraagt de contributie 35 gulden. Het
secretariaat van de vereniging wordt verzorgd door Colette van Wezel,
Graaf van Bloisstraat 37, 2805 RJ Gouda.
[inhoud]
1.6.Beroepsvelden voor afgestudeerden Arbeid en Sociale Zekerheid
De functies voor afgestudeerde ASZ'ers kunnen in grote lijnen onder drie
noemers worden gebracht:
- beleidsfuncties
- onderzoeksfuncties
- wetstechnische functies
Deze functies kom je op allerlei werkterreinen tegen, zoals in beleids- en
adviesorganisaties (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Ziekenfondsraad, SER), uitvoeringsorganisaties (GAK, Sociale Verzekeringsbank), belangenbehartigende organisaties (VNO/NCW, FNV, VNG), commerciële
organisaties (verzekeringsmaatschappijen) en onderzoeksorganisaties (IVA,
IOO, universiteiten en onderzoeksafdelingen binnen bovengenoemde organisaties).
Hieronder wordt een beeld gegeven van die drie beroepsvelden.
[inhoud]
1.6.1.Beleidsfuncties
Deze functies sluiten het beste aan bij het multidisciplinaire karakter van
de studie. Dit betekent ook dat hier de meeste en beste mogelijkheden voor
afgestudeerden liggen. Vanwege de brede kennis van ASZ'ers op het sociale
zekerheidsterrein is men erg geschikt voor deze functies.
Wat houdt een beleidsfunctie nu eigenlijk in?
Als beleidsmedewerker beschik je vanuit je opleiding en/of ervaring over
een goed overzicht van het sociale zekerheidsterrein van gisteren, vandaag
en morgen; van Nederland, maar ook van andere, met name West-Europese
landen. Met details van wetgeving houd je je meestal niet bezig; wel met de
grote lijn, al is dit vaak afhankelijk van de grootte van de organisatie
waarvoor je werkt.
Daarbij probeer je huidige en toekomstige ontwikkelingen te signaleren en
in te schatten op hun maatschappelijke en/of organisatorische waarde, met
de bedoeling hierop vroegtijdig te reageren. Zulke reacties doen in hoge
mate een beroep op je inventiviteit en creativiteit. Tevens ben je in staat
om je ideeën schriftelijk te vertalen in beleidsvoorstellen en -nota's.
Natuurlijk moet je daarbij voor een deel rekening houden met de uitvoerbaarheid van je plannen. De mensen die jouw voorstellen moeten uitvoeren
mogen niet voor onoplosbare problemen komen te staan. Je zult ook regelmatig je plannen mondeling moeten toelichten voor zowel directie als uitvoeringsmedewerkers. Ook zul je je organisatie moeten vertegenwoordigen in
allerlei besturen, commissies en werkgroepen. Vergaderingen staan vaak in
je agenda. Deze functietaken betekenen in het algemeen veel contact met
allerlei mensen, zowel uit je eigen organisatie, maar vaak ook daarbuiten.
[inhoud]
1.6.2.Onderzoeksfuncties
Deze functies komen we veel tegen, zowel in onderzoeksorganisaties als op
afdelingen van uitvoerings-, beleids- en adviesorganisaties. Voor dergelijke
functies is kennis van statistiek, methoden en technieken van onderzoek en
onderzoekscomputerprogramma's noodzakelijk. Vakken op dit gebied komen
zowel theoretisch als praktisch in het studieprogramma aan bod.
Wat houdt een onderzoeksfunctie nu eigenlijk in?
Als onderzoeker tracht je meestal in eerste instantie een opdrachtgever te
overtuigen van het belang en de betekenis van jouw onderzoeksaanpak.
Daarbij moet je in de meeste gevallen concurreren met anderen. Het onderzoeksonderwerp is vaak afhankelijk van hetgeen de opdrachtgever vraagt.
De aanpak van één en hetzelfde onderwerp kan echter zeer uiteenlopend
zijn. Enkele voorbeelden van onderzoeksonderwerpen zijn: Hoe beleven
jongeren langdurige werkloosheid en hoe gaan zij ermee om? Hoe is de
financiële positie van bejaarden en welke gevolgen hebben veranderingen
daarin? Hoe kan uitkeringsfraude op een efficiënte manier worden voorkomen? Welke invloeden heeft flexibilisering van arbeid op het sociale zekerheidsstelsel?
Indien het voorstel wordt geaccepteerd en goedgekeurd door de opdrachtgever, ga je aan de slag met een nadere uitwerking en tracht je de
benodigde gegevens te verzamelen met behulp van enquêtes, interviews
en/of literatuur. Sommige typen onderzoek vereisen vervolgens uitgebreide
analyses om tot resultaten te komen. De computer en de daarbijbehorende
programma's zijn daarbij onmisbare instrumenten, waar je tijdens de studie
mee leert omgaan. Vervolgens presenteer je de resultaten van het onderzoek schriftelijk en soms ook mondeling.
Vaak moet je je tijdens het verloop van het onderzoek regelmatig verantwoorden tegenover een door de opdrachtgever ingestelde commissie. Een
goede mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn dus onmisbaar.
Tevens kun je meer intern met onderzoek bezig zijn, d.w.z. onderzoek
verrichten ten behoeve van de eigen organisatie. In die gevallen is er geen
externe, maar wel een interne opdrachtgever. Ook dan moet je meestal je
voorstellen verdedigen, en wel tegenover de directie. De opdrachten bij
intern onderzoek zijn meestal beperkter van aard. Met het diploma ASZ kun
je ook aan "de andere kant' komen te zitten: je bent opdrachtgever en
geeft aan wat onderzocht moet worden. De diverse onderzoeksvoorstellen,
die ten gevolge van de onderzoeksopdracht binnenkomen, worden door jou
bekeken en beoordeeld. Meestal adviseer je vervolgens het management, dat
de uiteindelijke keuze maakt. Voor alle lopende onderzoeken functioneer je
als coördinator.
[inhoud]
1.6.3.Wetstechnische functies
Dergelijke functies leggen de nadruk op de juridische kant van de sociale
zekerheid. Omdat er geen academische opleiding bestaat, die zich volledig
beperkt tot het sociaal (zekerheids)recht, vraagt men in het algemeen
juridisch geschoolden (HEAO-ers en juristen) voor dergelijke vacatures.
Gezien de hoeveelheid sociaal zekerheidsrecht in ons verplicht pakket en de
hoeveelheid juridische keuzevakken (internationaal, arbeidsrechtelijk,
staats/bestuursrechtelijk) kunnen wij wedijveren met afgestudeerde HEAO-
ers en juristen, zeker als het gaat om functies waarin sociale zekerheid
centraal staat.
Wat houdt een wetstechnische functie nu eigenlijk in?
Als wetstechnicus ben je in eerste instantie veel bezig met wetten en de
interpretatie daarvan. Die interpretatie is belangrijk als er juridische
geschillen ontstaan, maar is net zo relevant ten aanzien van het mogelijk
maken van de uitvoering van een wet. Als wetstechnicus zal je daarom
veelal ingewikkelde wetten moeten vertalen naar de uitvoeringspraktijk. Je
moet collega's begrijpelijk kunnen maken wat er bedoeld wordt met een
bepaald wetsartikel, zodat zij er op de juiste manier mee om kunnen gaan.
Ook wordt je gevraagd in hoeverre een bepaald beleidsvoorstel vanuit de
organisatie te rijmen valt met de huidige wetgeving.
Daarnaast behoort het tot je taken om wetswijzigingen te volgen en de
gevolgen hiervan voor procedures en functies binnen je organisatie te
onderkennen en deze op zijn juiste waarde in te schatten. Je adviseert de
directie ten aanzien van de meest efficiënte verwerking van die gevolgen.
Vaak zul je één en ander schriftelijk door middel van nota's en rapporten
moeten onderbouwen, welke in bepaalde gevallen ook als reactie naar de
wetgever kunnen worden gestuurd.
Ook in deze functie kun je aan 'de andere kant' zitten: je maakt wetsvoorstellen of geeft wetstechnische reacties als ambtenaar binnen een ministerie
of als medewerker van een bepaalde politieke partij. Het meest belangrijk is
het kunnen inschatten van de politieke haalbaarheid van je voorstellen en
ideeën.
Niet direct wetstechnisch, maar hier wel onder die noemer gebracht, zijn de
functies op een afdeling beroeps- of juridische zaken, waarin het voeren
van beroepsprocedures voor de Raden van Beroep en Centrale Raad van
Beroep centraal staat. In een dergelijke functie moet je de wetgeving goed
kunnen interpreteren en hanteren. Ook belangrijk is het dat je je mening
(of beter: die van de organisatie, waarvoor je werkt) goed kunt onderbouwen en verantwoorden. Juridische kennis en een goede mondelinge en
schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn belangrijke capaciteiten, wanneer
je als medewerker beroepszaken werkzaam bent.
Afsluitend kunnen wij stellen dat deze drie beroepsvelden in de praktijk
bijna nooit identiek aan de hierboven gegeven omschrijvingen terug te
vinden zijn. De diverse taken binnen een functie zijn immers toegespitst op
de betreffende organisatie, waardoor de nadruk telkens op andere aspecten
komt te liggen.
Desondanks menen wij hiermee een redelijk overkoepelend beeld van de
meest voorkomende mogelijkheden voor de Arbeid en Sociale Zekerheidswetenschapper te hebben gegeven.
[inhoud]
Hoofdstuk 2
Arbeidsmarktonderzoek '96/'97: Algemene schets van de afgestudeerden
2.1.Respons
Van de 89 afgestudeerde ASZ'ers hebben er 47 de enquête geretourneerd.
Naar de redenen waarom de overige 42 niet meewerkten, kan slechts worden
gegist. Enkele redenen kunnen zijn:
- betrokkene heeft nog geen baan;
- onjuiste adressering;
- betrokkene is verhuisd naar het buitenland;
- betrokkene is een andere studie gaan volgen.
Bovendien waren er enkele afgestudeerden waarvan we het adres niet meer
konden achterhalen.
In totaal hebben dus 47 oud-ASZ'ers deelgenomen aan het arbeidsmarktonderzoek. Dit aantal varieert enigszins per vraag aangezien niet alle respondenten alle vragen hebben beantwoord. De resultaten die hieronder gepresenteerd worden, hebben zowel betrekking op respondenten die de verkorte
opleiding gevolgd hebben als de reguliere studenten ASZ.
[inhoud]
2.2.Geslacht en leeftijd
Aan het onderzoek hebben 24 vrouwelijke en 23 mannelijke respondenten
deelgenomen.
De leeftijd van de respondenten loopt uiteen van 23 tot 48 jaar. De leeftijd
is als volgt over de respondenten verdeeld:
Tabel 1: leeftijd respondenten
|
Leeftijd | Aantal |
|
23-25 jaar | 6 |
|
26-28 jaar | 17 |
|
29-31 jaar | 10 |
|
32-34 jaar | 5 |
|
35-37 jaar | 5 |
|
38-40 jaar | 2 |
|
">" 40 jaar | 2 |
|
Totaal | 47 |
[inhoud]
2.3.Verhouding verkort/regulier
Van de 47 respondenten zijn er 33 afgestudeerden die de reguliere opleiding gevolgd hebben. Dat wil zeggen dat zij eerst een universitaire propedeuse hebben behaald. De overige 14 respondenten hebben de verkorte
opleiding ASZ gevolgd. Zij hebben eerst een HBO-diploma behaald of een
universitaire studie afgerond. Hierbij kan men denken aan:
- HEAO (commerciële economie, MER)
- HBO personeelsmanagement
- HBO maatschappelijk werk
- Beleid, Management, Gezondheidszorg
- Politicologie
- Sociologie
[inhoud]
2.4.Duur van de studie
De tijd waarin reguliere studenten hun opleiding hebben afgerond varieert
van 3 jaar tot 6 jaar en 11 maanden. De gemiddelde studieduur is 4 jaar en
7 maanden. Onderstaande tabel laat de verdeling voor de reguliere studenten zien:
Tabel 2: studieduur reguliere studenten
|
Studieduur | Aantal |
|
3 tot 3,5 jaar | 3 |
|
3,5 tot 4 jaar | 4 |
|
4 tot 4,5 jaar | 10 |
|
4,5 tot 5 jaar | 4 |
|
5 tot 5,5 jaar | 5 |
|
5,5 tot 6 jaar | 3 |
|
6 tot 6,5 jaar | 2 |
|
6,5 tot 7 jaar | 2 |
|
Totaal | 33
|
Bij de respondenten die de verkorte opleiding gevolgd hebben, varieert de
studieduur van 2 jaar tot 6 jaar en 4 maanden. De gemiddelde studieduur
bedraagt 3 jaar en 6 maanden.
De verdeling is als volgt:
Tabel 3: studieduur verkorte opleiding
|
Studieduur | Aantal |
|
2 - 2,5 jaar | 3 |
|
2,5 - 3 jaar | 3 |
|
3 - 3,5 jaar | 1 |
|
3,5 - 4 jaar | 2 |
|
4 - 4,5 jaar | 2 |
|
">" 4,5 jaar | 3 |
|
Totaal | 14 |
[inhoud]
2.5.Werkervaring en bestuurlijke ervaring
Het blijkt dat 53,2% van de afgestudeerden vóór of tijdens de ASZ-opleiding
geen relevante werkervaring voor hun vakgebied hadden opgedaan. 22
respondenten hebben wel werkervaring opgedaan. Hiervan hebben er 17
meer dan 1 jaar gewerkt.
Tabel 4: Werkervaring opgedaan vóór of tijdens studie?
|
Werkervaring | Aantal | Percentage |
|
nee | 25 | 53,2% |
|
ja, maximaal 1 jaar | 5 | 10,6% |
|
ja, meer dan 1 jaar | 17 | 36,2% |
|
Totaal | 47 | 100% |
Wat betreft de bestuurlijke ervaring kan gezegd worden dat bijna 70%
tijdens hun ASZ-opleiding ervaring heeft opgedaan in een bestuursfunctie.
Tabel 5: bestuurlijke ervaring opgedaan tijdens studie?
|
Bestuurlijke ervaring | Aantal | Percentage |
|
ja | 32 | 68,1% |
|
nee | 15 | 31,9% |
|
Totaal | 47 | 100% |
[inhoud]
2.6.Stage
15 respondenten hebben tijdens hun ASZ-opleiding stage gelopen. Stage
werd gelopen bij de volgende organisaties:
- Sociaal Fonds voor het Schildersbedrijf in Rijswijk
- Sociale Verzekeringsraad
- BVG
- A.C.V.Z. België
- Stichting Werkgelegenheid Midden-Brabant
- Dienst Sociale Zaken Nijmegen (2x)
- Sociale Dienst Tilburg
- Sociale Dienst Rotterdam
- Bureau voor Belgische Zaken
- Instituut Sociaal Recht Leuven
- IBM-ASAP
- Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- SVB in Eindhoven
- Gemeente Zoetermeer
Studenten met een HBO-vooropleiding hebben allemaal stage gelopen tijdens
deze opleiding. Dit is vanzelfsprekend, daar dit een verplicht onderdeel van
de HBO-studie is. Gezien het feit dat de meesten van hen twee keer stage
hebben gelopen en het zeer uiteenlopende stageplekken betrof, worden deze
niet vermeld.
[inhoud]
2.7.Cursus in het buitenland
Er bestaan verschillende mogelijkheden om een deel van de studie in het
buitenland te volgen. Dit kan onder andere in Europa, de VS, Australië,
Canada, Japan en Zuid-Afrika.
De KUB kent vele vormen van studentenuitwisselingsprogramma's. Zo zijn er
de ERASMUS-programma's waarin de KUB met meerdere instellingen in
Europa samenwerkt. Het ERASMUS-programma is onder meer bedoeld ter
stimulering van de studentenmobiliteit in de Europese Unie en de Europese
Economische Raad.
De Faculteit der Sociale Wetenschappen heeft een apart budget ter stimulering van studentenmobiliteit.
Zeer interessante programma's voor ASZ-studenten zijn het ERASMUS-
programma "Social security in Europe" en het TEMPUS-programma "Social
security in the Czech Republic in an international context". TEMPUS
(Transeuropees Samenwerkingsprogramma voor Hoger Onderwijs) is een
onderdeel van de overkoepelende hulpverleningsprogramma's van de
Europese Unie.
Verder biedt de KUB in samenwerking met verschillende Europese universiteiten een mastersopleiding aan genaamd: Master's Degree in European
Social Policy Analysis (MESPA).
De studenten ASZ maakten volop gebruik van deze mogelijkheden. Het blijkt
namelijk dat er 22 respondenten (46,8%) een cursus in het buitenland
gevolgd hebben. Hiervan volgden 16 het ERASMUS-programma en 3 het
MESPA-programma. Twee studenten volgden zelfs beide programma's. Onder
de afgestudeerden bevond zich niemand die het TEMPUS-programma gevolgd
heeft. Dit kan verklaard worden uit het feit dat dit programma pas in 1996
is opgericht.
Van deze 22 studenten, die een buitenlands studie-programma hebben
gevolgd, gebruiken er 13 de in het buitenland opgedane kennis in de
praktijk.
[inhoud]
Hoofdstuk 3
Arbeidsmarktonderzoek '96/'97: Functies van ASZ'ers
In de vragenlijst die aan afgestudeerde ASZ'ers is toegestuurd zijn zowel
vragen gesteld over de functie de ze op dit moment uitoefenen als over de
eerste functie die ze na hun opleiding hadden. We zullen allereerst in
paragraaf 3.1. in gaan op de eerste baan na de opleiding Arbeid en Sociale
Zekerheid en in paragraaf 3.2. op de huidige baan.
[inhoud]
3.1.Eerste baan na de ASZ-opleiding
Van de 47 respondenten hebben er 2 nog nooit een betaalde baan gehad,
voor 14 is de eerste baan tevens de huidige baan, terwijl 31 respondenten
meer betaalde banen hebben gehad.
Uit tabel 1 blijkt dat bij de eerste baan na afronding van de opleiding
ruim de helft van de afgestudeerden een vaste baan of een proeftijd voor
een vaste baan heeft.
Tabel 1: Aanstelling eerste baan
|
Aanstelling | Aantal |
|
Tijdelijke aanstelling via uitzendbureau | 7 |
|
Tijdelijke aanstelling bij werkgever | 13 |
|
Vaste aanstelling of proeftijd voor vaste baan | 23 |
|
Anders | 2 |
|
Totaal | 45 |
Bij 29 respondenten was het door de werkgever vereiste opleidingsniveau
WO. Bij 13 respondenten werd HBO-niveau gevraagd.
Tabel 2: Vereist opleidingsniveau eerste baan
|
Opleidingsniveau | Aantal |
|
Tenminste HAVO/VWO | 1 |
|
Tenminste MBO | 2 |
|
Tenminste HBO | 13 |
|
Tenminste WO | 29 |
|
Totaal | 45 |
[inhoud]
3.2.Huidige baan van de ASZ-ers
Het bleek moeilijk om de huidige functies van de afgestudeerden in categorie‰n in te delen. Toch hebben we geprobeerd om enigszins een indeling te
maken naar beroepsgroep en functie.
Tabel 3: Huidige functies van afgestudeerden
|
Organisatie/Bedrijf | Aantal personen werkzaam | Eventuele functies |
|
Uitvoeringsinstelling | 11 | beleidsmedewerker, arbeidsdeskundige, beambte bezwaar en beroepszaken, inrichten ziektekostenverzekering Aruba |
|
Gemeente | 7 | bijstandsmaatschappelijkwerker, beleidsmedewerker,baliemedewerker |
|
Adviesbureau | 4 | consultant, directeur |
|
Ministerie | 3 | beleidsmedewerker, beleidsvoorbereider |
|
Accountants/belastingadvies | 2 | belastingadviseur |
|
Multinational | 2 | personeelschef, medewerker
sociaal-economische afdeling |
|
Vakbond | 1 | beleidsadviseur |
|
Werkgeversorganisatie | 1 | secretaris |
|
Verzekeringsmaatschappij | 1 | medewerker pensioenen |
|
Onderzoeksinstituut | 1 | onderzoeker |
|
Ctsv | 1 | beleidsmedewerker |
|
Verbond van Verzekeraars | 1 | beleidsmedewerker |
|
Tica | 1 | beleidsmedewerker |
|
VNG | 1 | onderzoeker/adviseur |
|
SER | 1 | wetenschappelijk medewerker |
|
Overig | 6 | docent, data-typist, automatiseringsdeskundige |
|
Totaal | 44 | |
Drie van de personen die de vragenlijst aan ons hebben teruggestuurd
hebben op dit moment geen betaalde baan.
Bijna de helft van de afgestudeerden is aan de huidige functie gekomen
door te reageren op een advertentie of zelf een open sollicitatie te schrijven. Vijf personen hebben hun baan gekregen via eerder werk. Daarnaast
hebben vijf personen hun baan gevonden via een arbeids- of uitzendbureau. Slechts enkelen zijn aan het werk gekomen via contacten die waren
opgedaan bij een stage, familie, vrienden of kennissen.
De meeste afgestudeerden werken in organisaties met een omvang van meer
dan 100 personen. Ongeveer 25 procent werkt in organisaties van 2 tot 100
personen.
24 respondenten hebben een baan waarvan de werkgever een WO-opleiding
vereist vond. Voor 17 van hen werd bovendien de eigen richting gevraagd.
Er blijkt dus wel degelijk vraag te zijn naar sociale zekerheidswetenschappers. 11 respondenten hebben momenteel een baan waarbij HBO vereist was.
In 66 procent van de gevallen bleek bij sollicitatie dat ervaring was
vereist.
Negen van de afgestudeerden die de vragenlijst hebben teruggestuurd
hebben een leidinggevende functie. Dit is ongeveer een vijfde van alle
respondenten.
De meeste afgestudeerden, meer dan 90 procent, werken tussen de 30 en 50
uur per week. Wanneer banen van 30 uur per week of minder als part-time
banen worden gezien kan dus worden geconcludeerd dat het merendeel full-
time werkt en slechts weinigen part-time.
Tabel 4: Beoordeling aansluiting tussen opleiding en werk
|
Beoordeling | Percentage |
|
goed | 37,2% |
|
voldoende | 55,8% |
|
matig | 4,7% |
|
slecht | 2,3% |
|
Totaal | 100% |
Wanneer afgestudeerden achteraf de aansluiting tussen ASZ en hun huidige
baan moeten beoordelen, waardeert meer dan de helft van hen de opleiding
als "voldoende". Acht procent van hen beoordeelt de aansluiting als "matig"
tot "slecht" en ruim 37 procent als "goed".
Voor veel van de afgestudeerden (± 70 procent) geldt dat hun huidige baan
een "vaste baan" is; met andere woorden een contract voor onbepaalde
duur.
Zoals de respondenten waarschijnlijk wel was opgevallen, is er een foutje in
de vraag naar het bruto jaar-inkomen geslopen. Gelukkig hebben de meeste
respondenten deze fout opgemerkt, verbeterd en de vraag alsnog juist
ingevuld. De meeste personen hebben een bruto-jaarinkomen in de klasse
van NLG 50.000,- tot NLG 75.000,- per jaar. Hierbij moet echter worden opgemerkt
dat mensen die nog niet zo lang werken vaker in de klasse NLG 25.000,- tot NLG
50.000,- zitten en slechts een enkeling van hen in de klasse NLG 50.000,- tot NLG
75.000,- per jaar. Personen die al langer werkzaam zijn, hebben juist vaker
een inkomen in de klasse van NLG 75.000 tot NLG 100.000,- of NLG 100.000,- en
meer.
Tabel 5: Bruto jaarinkomen van afgestudeerde ASZ'ers
|
Bruto jaarinkomen in guldens | Percentage |
|
"<" 25.000 | 2,1% |
|
25.000 - 50.000 | 12,8% |
|
50.000 - 75.000 | 29,8% |
|
75.000 - 100.000 | 10,6% |
|
">" 100.000 | 12,8% |
|
Geen antwoord | 31,9% |
|
Totaal | 100% |
[inhoud]
3.3. Cursus of bedrijfsopleiding
De meeste respondenten geven aan dat er voor een aantal gemiste aspecten
van de opleiding ASZ aanvullende scholing nodig was. Van de 47 respondenten hebben er 29 (62,0%) dan ook een of meerdere cursus(sen) of bedrijfsopleiding(en) gevolgd na de studie ASZ.
De meeste cursussen die zijn gevolgd zijn nodig om de functies die de
respondenten bekleden goed te kunnen vervullen. De onderwerpen van de
cursussen zijn dan ook zeer divers. Hierbij kan gedacht worden aan:
- Inleiding bestuursrecht
- Interventiekunde
- Mediatraining
- Internationaal Sociaal Zekerheidsrecht
- Externe verslaggeving
- Wet boeten en maatregelen
- Organisatie diagnose
- Bijstandsconsulente
- Arbeidsdeskundige
- Statistische verwerking
- Sociale verzekeringen
- Accountmanagement
- Computersystemen
- Sociaal recht
- De nAbw in de praktijk
- (Hoger) management
- Psychologie van de besluitvorming
- Effectief communiceren
- Adviesvaardigheden
- Kernelementen financieel economische besturing
- Project-management
- Bedrijfskunde
- Beleid bij lokale overheden
- Verkooptraining
- Consulting skills
De duur van de gevolgde cursussen is als volgt verdeeld:
Tabel 6: Duur gevolgde cursussen na Arbeid en Sociale Zekerheid
|
Lengte van de cursus | Aantal |
|
1 week of minder | 8 |
|
Langer dan 1 week, maar hooguit 1 maand | 7 |
|
Langer dan 1 maand, maar hooguit 3 maanden | 1 |
|
Langer dan 3 maanden, maar hooguit 1 jaar | 8 |
|
Langer dan 1 jaar | 5 |
|
Totaal | 29 |
Sommige respondenten denken dat een opfriscursus sociale zekerheid
misschien een goed idee is voor de toekomst. Tijdens de cursus zouden
voor afgestudeerde ASZ'ers de recente ontwikkelingen op het gebied van
sociale zekerheid besproken kunnen worden.
[inhoud]
3.4. Vergelijking toen en nu
Een belangrijke conclusie van het arbeidsmarktonderzoek van 1990 was dat
de eerste 11 afgestudeerden Sociale Zekerheidswetenschap enkele maanden
voor hun feitelijk afstuderen zeker waren van een baan.
Uit navraag onder alle afgestudeerden van het afgelopen jaar (vanaf 14
juni 1996) is gebleken dat afgestudeerden over het algemeen nog steeds
vrij makkelijk aan een baan komen. In tegenstelling tot zeven jaar geleden
zijn dit echter steeds vaker tijdelijke contracten. In de eerste baan werkt
men vaak op basis van contracten voor bepaalde duur. Na verloop van tijd
gaan deze contracten over in een vaste aanstelling of in een baan met een
vast contract. Het loopbaanproces is te vergelijken met een "rijdende
trein". Het is moeilijk om "er in" te komen. Als je eenmaal een baan hebt
gevonden, rol je heel gemakkelijk in een andere baan. Immers hoe meer
werkervaring je hebt, hoe waardevoller je bent voor de arbeidsmarkt. Een
tweede reden is dat je door middel van een baan een netwerk om je heen
opbouwt. Contacten blijken een belangrijk middel om een baan te vinden.
Evenals zeven jaar geleden sluiten de gevonden banen goed aan op de
studierichting. De banen die gevonden worden zijn meestal op HBO- of
academisch niveau. Hierbij moet natuurlijk wel vermeld worden dat sommige
afgestudeerden een uitvoerende functie prefereren. Deze functies zijn
meestal op HBO-niveau.
Voorbeelden van startfuncties zijn onder andere:
- beoordelaar
- beleidsmedewerker bij gemeente
- medewerker claimbehandeling
- bemiddelaar arbeidsbureau
- bijstandsconsulent
- bijstandsmaatschappelijk medewerker
- stafmedewerker bij een uitvoeringsorganisatie
"Het komt regelmatig voor dat we gebeld worden met de vraag of we nog
een afgestudeerde over hebben", zegt Professor Berghman in het studieinformatieboekje van Arbeid en Sociale Zekerheid. We kunnen concluderen
dat deze uitspraak van prof. Berghman op basis van onze resultaten nog
steeds te verdedigen is. De opleiding wordt regelmatig gecontacteerd door
organisaties die afgestudeerde ASZ'ers zoeken. Wel moeten we hierbij
opmerken dat organisaties steeds hogere eisen stellen bij het selecteren
van een geschikte werknemer. Dit blijkt uit de intensiteit van het zoeken.
Behalve deze positieve geluiden zijn er echter ook negatieve ervaringen
bekend. Sommige personen die in het afgelopen jaar zijn afgestudeerd
hebben w‚l lang moeten zoeken naar een baan en hebben moeite ondervonden bij het vinden van een baan. Het schrijven van open sollicitaties blijkt
voor sommigen weinig succesvol. We willen hier ook wijzen op het feit dat
het commerci‰le aspect onderbelicht wordt in de opleiding. Mensen die er de
voorkeur aan geven in een commerciële organisatie te gaan werken, hebben
moeite een functie in deze branche te vinden.
[inhoud]
Hoofdstuk 4
Beoordeling van de opleiding
4.1. Arbeid en Sociale Zekerheid achteraf bezien
Bij de vraag "Geef een rapportcijfer voor de hiergenoemde aspecten van de
door u gevolgde ASZ-opleiding" kwamen de volgende gemiddelde rapportcijfers naar voren:
Tabel 1: Beoordeling opleiding aan de hand van rapportcijfers
|
Aspecten ASZ-opleiding | Rapportcijfers |
|
Samenhang tussen vakken | 7,01 |
|
Keuzemogelijkheden in studie | 7,66 |
|
Studiebegeleiding | 6,48 |
|
Kwaliteit van docenten | 6,98 |
|
Voorbereiding op beroepspraktijk | 5,75 |
|
Voorlichting over arbeidsmarktsituatie | 5,54 |
Uit tabel 1 valt af te lezen dat de aspecten m.b.t. beroepspraktijk en
arbeidsmarktsituatie niet zo hoog scoren. Wellicht dat hier in de toekomst
meer aandacht aan kan worden besteed binnen de studie.
Daarnaast moest de moeilijkheidsgraad van de opleiding worden beoordeeld.
34,8% van de respondenten vond de moeilijkheidsgraad van de ASZ-opleiding
niet hoog genoeg. De overige 65,2% was van mening dat de moeilijkheidsgraad precies goed was. Er was dus niemand die de moeilijkheidsgraad van
de opleiding te hoog vond.
Tabel 2: Beoordeling moeilijkheidsgraad opleiding achteraf
|
Moeilijkheidsgraad | Aantal | Percentage |
|
niet hoog genoeg | 16 | 34,8 % |
|
precies goed | 30 | 65,2 % |
|
Totaal | 46 | 100 %> |
Bij de vraag "Wat is uw oordeel over de mate van specialisatie van de
opleiding?" antwoordde 21,3% van de respondenten dat deze onvoldoende is.
68,1% vindt de mate van specialisatie precies voldoende en 10,6% vond de
opleiding te specialistisch.
Enige respondenten vinden de opleiding te versnipperd en teveel op de
overheid gericht, waardoor de opleiding te weinig beroepsgericht is. Een
vak gericht op de private verzekeringen, zowel juridisch- als premiegericht, zou een goede aanvulling zijn. Zeker gezien de huidige ontwikkelingen waarbij steeds meer verzekeringen geprivatiseerd worden.
Naast verzekeringsleer vindt men ook dat er meer aandacht besteed moet
worden aan arbeidsvoorwaarden (zowel sociaal-economisch als juridisch),
kennis en studie van de gezondheidszorg en fiscaliteit en het bruto-nettotraject op micro-niveau. Mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven
hebben bijscholing nodig wat betreft bedrijfskunde.
Voor sommigen is de opleiding iets te algemeen, omdat het sociale zekerheidsgebied zeer breed is.
Men heeft dan bijscholing nodig. Bepaalde onderwerpen binnen de sociale
zekerheid worden te oppervlakkig behandeld.
Het multidisciplinaire aspect van de studie wordt als een groot voordeel
beschouwd. Dit levert namelijk een voorsprong op ten opzichte van andere
studenten (economie en rechten). Dit is echter wel afhankelijk van de
functie. Door het multi-disciplinaire karakter van de opleiding is men op
veel fronten inzetbaar. Bovendien kan hierdoor op allerlei typen functies
gesolliciteerd worden.
Veel respondenten vonden het een groot voordeel dat de opleiding kleinschalig van opzet is. Er is dan een beter contact mogelijk tussen docenten
en studenten. Een ander voordeel van de kleinschaligheid is dat de stof
beter behandeld kan worden.
Tot slot de vraag: "Zou u, achteraf bezien, de opleiding ASZ opnieuw
kiezen?".
Hierop antwoordden 37 respondenten ja, zelfde opleiding aan de KUB en 10
zouden een andere opleiding gaan volgen. Geen enkele respondent antwoordde "nee, ik zou niet zijn gaan studeren".
[inhoud]
4.2. Aspecten van belang voor een goede uitoefening van de huidige
functie
De volgende resultaten zijn tot stand gekomen door middel van de volgende
vragen:
- "In hoeverre is het genoemde aspect van belang voor een goede
uitoefening van uw huidige functie?"
- "Moet tijdens de ASZ-opleiding aan het genoemde aspect minder,
evenveel of meer aandacht worden besteed dan tijdens uw
ASZ-opleiding het geval was?"
Vakkennis
De overgrote meerderheid (80%) is van mening dat vakkennis onmisbaar is
voor het uitoefenen van hun huidige functie. Slechts 3 respondenten vinden
dit onbelangrijk.
Volgens 64,6% van de afgestudeerden wordt er genoeg aandacht besteed aan
vakkennis. 20,8% is het hier niet mee eens en denkt dat er meer nadruk op
dit aspect gelegd moet worden.
Vakspecifieke methoden en technieken
25% van de ondervraagden acht dit aspect van belang en 12,5% vindt het
zelfs van groot belang. Voor 29% van de ondervraagden speelt dit aspect
geen belangrijke rol bij hun huidige werkzaamheden.
16,7% is van mening dat er meer ingegaan moet worden op vakspecifieke
methoden en technieken, terwijl 62,5% tevreden zegt te zijn met het aangebodene.
Recente ontwikkelingen in het vakgebied
Het volgen van recente ontwikkelingen in het vakgebied wordt als zeer
belangrijk ervaren door 67% van de afgestudeerden. 15% vindt het belangrijk. 2% van de respondenten vindt het echter niet belangrijk de ontwikkelingen in het vakgebied te volgen.
De opleiding schenkt hier genoeg aandacht aan volgens 44% van de respondenten. 40% van hen is echter van mening dat er meer aandacht aan mag
worden geschonken.
Inzicht in informatie en communicatietechnieken
Deze dimensie wordt door 40% van de respondenten van belang geacht voor
de huidige functie. 13% vindt dit zeer belangrijk. 21% is hier echter
neutraal over en 13% is van mening dat deze dimensie niet belangrijk is.
De helft van de respondenten vindt dat de opleiding teveel aandacht
besteedt aan inzicht in informatie- en communicatietechnieken. Van de
respondenten vindt 29% dat er voldoende aandacht aan wordt besteed.
Inzicht in wettelijke regelingen op het eigen vakgebied
Door nagenoeg de meeste respondenten wordt dit aspect van belang geacht.
31% vindt dit belangrijk en 43% zelfs zeer belangrijk.
Men vindt over het algemeen (56%) dat er genoeg aandacht wordt besteed
aan dit aspect. 25% is echter van mening dat er nog meer aandacht aan mag
worden geschonken.
Inzicht in bedrijfsvoering
Over dit aspect wordt zeer verschillend gedacht. Toch vindt 29% van de
respondenten dat dit aspect wezenlijk deel uitmaakt van de functie.
De aandacht die vanuit de opleiding aan dit aspect wordt gegeven is
voldoende volgens 41% van de respondenten, maar zou meer mogen zijn
volgens 38% van de respondenten.
Toepassen kennis en technieken in de praktijk
54% van de respondenten vindt dit aspect belangrijk tot zeer belangrijk
voor een goede uitoefening van hun huidige functie. 12,5% hecht minder
belang aan dit aspect.
43,8% denkt dat er evenveel aandacht aan besteed moet worden en 37,5% is
van mening dat er meer aandacht besteed moet worden aan het toepassen
van kennis en technieken in de praktijk.
Kwantitatieve onderzoeksvaardigheden
De meningen hierover zijn erg verdeeld. 19% acht dit onderdeel totaal
onbelangrijk voor de huidige functie. 27% vindt het onbelangrijk. 18% heeft
hier een neutrale mening over. 15% vindt het belangrijk en 8% zelfs zeer
belangrijk.
Het merendeel van de afgestudeerde ASZ'ers vindt dat er genoeg aandacht
aan wordt besteed.
Taalvaardigheid
Een kwart van de respondenten vindt taalvaardigheid een belangrijk tot
zeer belangrijk aspect voor de uitoefening van hun functie. 37,5% vindt het
niet van belang voor een goed uitoefenen van hun baan.
14,6% van de respondenten vindt dat er meer aandacht besteed moet worden
aan taalvaardigheid, terwijl 15% denkt dat er juist minder aandacht aan
moet worden besteed. De meerderheid is tevreden met hetgeen hen is
aangeboden tijdens de opleiding.
Schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid
Het gros van de respondenten (58%) acht dit een zeer belangrijke factor
voor het uitvoeren van de huidige functie. 25% vindt het iets minder
belangrijk maar nog steeds belangrijk. Slechts 2% van de respondenten is
van mening dat het onbelangrijk is.
Meer dan de helft (56%) vindt dat er voldoende aandacht wordt besteed aan
schriftelijk presenteren. 29% is het hier niet mee eens en vindt dat er nog
meer aandacht aan mag worden besteed.
Mondelinge presentatie, spreekvaardigheid
Meer dan 80% van de afgestudeerden vindt mondelinge presentatie en
spreekvaardigheid belangrijk voor het uitoefenen van hun functie. Slechts
4% denkt dat het niet van belang is voor de huidige functie.
Meer dan de helft van de respondenten is van mening dat er in de opleiding niet genoeg aandacht wordt besteed aan mondelinge presentatie en
spreekvaardigheid. 31% vindt dat er voldoende aandacht aan wordt besteed.
Onderhandelingstechnische en commerciële vaardigheden
Onderhandelingstechnische en commerciële vaardigheden worden zeer
belangrijk geacht door 44% van de respondenten. 21% vindt het belangrijk,
13% heeft geen mening en 10% vindt het onbelangrijke aspecten.
Meer dan de helft van de respondenten denkt dat er meer aandacht mag
worden geschonken aan dit aspect, 27% vindt dat dit voldoende aan bod
komt en slechts 2% is van mening dat er minder aandacht aan moet worden
geschonken.
Planning, coördineren en organiseren van activiteiten
Organisatietalent wordt als belangrijk ervaren in het uitoefenen van de
functie. 38% vindt het een belangrijk aspect en 40% vindt het zelfs zeer
belangrijk. 8% heeft geen uitgesproken mening en 2% ervaart het als
onbelangrijk.
Meer dan de helft (54%) vindt dat er voldoende aandacht aan deze aspecten
wordt besteed, 31% is van mening dat er zelfs nog meer aandacht aan mag
worden besteed.
Verzamelen en documenteren van informatie
Het verzamelen en documenteren van informatie wordt door de helft van de
respondenten als belangrijk ervaren in hun huidige functie. 15% hecht er
totaal geen waarde aan.
12,5% is de mening toegedaan dat er meer aandacht besteed moet worden
aan dit aspect. 60,4% is zeer tevreden en vindt dat er genoeg aandacht
besteed werd aan het verzamelen en documenteren van informatie.
Leidinggeven
Ook hierover zijn de meningen verdeeld. 29% vindt dit (totaal) onbelangrijk.
31% is neutraal en 23% acht het (zeer) belangrijk.
Meer dan de helft van de respondenten (58%) vindt dat de opleiding genoeg
aandacht schenkt aan dit aspect. 23% denkt dat er wel wat meer de nadruk
mag liggen op het geven van leiding.
Contactuele vaardigheden
Contactuele vaardigheden worden zeer belangrijk gevonden door iets meer
dan de helft van de respondenten. 25% van de respondenten ervaart dit als
iets minder belangrijk, maar nog wel van belang.
Meer dan de helft van de respondenten vindt dat dit aspect minder aandacht moet krijgen vanuit de opleiding. 30% is het hier niet mee eens en
denkt dat de aandacht voor dit aspect hetzelfde moet blijven.
[inhoud]
Hoofdstuk 5
Afgestudeerden aan het woord
We hebben een aantal afgestudeerden benaderd met de vraag of zij een
stukje wilden schrijven over de organisatie waarin ze werkzaam zijn en
hun eigen werkzaamheden.
ASZ-student: André F.
Afgestudeerd: 1992
Huidige werkgever : G.U.O., uitvoeringsinstelling
Functie : Arbeidsdeskundige
Eerdere werkgevers : Ipso Facto (soc. beleidsonderzoekbureau) onderzoeker;
GAK/GMD (soc. verzekeringsinstelling) arbeidsdeskundig analist, later arbeidsdeskundige.
Eigen werkzaamheden
Als arbeidsdeskundige beoordeel je in hoeverre mensen (verzekerden) werk
kunnen verrichten en welke loonwaarde is toe te passen op de (te) verrichte(n) werkzaamheden. Het kan betrekking hebben op het eigen werk of
ander werk zowel bij de eigen werkgever als elders.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van het door de verzekeringsarts
aangegeven belastbaarheidspatroon van mensen. Dit patroon geeft aan in
welke mate mensen fysiek en psychisch arbeid kunnen verrichten. Tevens
wordt beoordeeld met welke hulpmiddelen mensen geholpen kunnen worden
om zoveel mogelijk hun eigen werk of ander werk te kunnen verrichten.
Mijn werkveld is de agrarische en vlees/slagers-sector in Midden-Brabant.
Het betreft hier zowel zelfstandigen als werknemers in loondienst. Het
werkaanbod bestaat voornamelijk uit zelfstandige agrariërs; ca. 75%. Hierdoor moet ik vaak letterlijk de boer op om te bezien wat er nodig is om tot
een zo groot mogelijke werkhervatting te komen. Dit betekent nagaan wat
mensen verbouwen, verplanten en dergelijke om vervolgens te beoordelen
hoe deze werkzaamheden in relatie tot hun klacht kunnen worden verlicht.
In de meeste nieuwe gevallen is een maandelijkse uitkering niet aan de
orde op grond van de wet TBA en kunnen we alleen iets in de hulpmiddelensfeer doen.
Mogelijkheden voor ASZ-studenten bij GUO
Het G.U.O. (beter gezegd S.S.G.-Groep) heeft een publieke poot (de wettelijke regelingen) en een private poot (de particuliere regelingen).
De publieke taken zijn ZW/AAW/WAO/WW-beoordelingen, uitkeringen en
premieheffing.
De private taken betreffen de Arbodienst, aanvullende regelingen op
publieke gebeuren, tevens samenwerking met andere private verzekeraars.
Binnen onze organisatie zijn er diverse mogelijkheden voor afgestudeerde
ASZ-studenten.
Bij de "publieke poot" kan men denken aan:
- de afdeling Juridische Zaken
Deze afdeling behandelt alle beroeps/bezwaarschriften voor de gehele
S.V.-sector van het G.U.O. Dit kan dus WW, ZW, AAW/WAO premieheffing betreffen. Het niveau van de functie is vari‰rend tussen MBO-
HBO-WO-niveau.
- de uitkeringsafdelingen
Zowel voor de WW als de WAO/AAW is een beoordelend beambte nodig.
Deze functie wordt binnenkort uitgebreid met de WAO/AAW c.q. WW-
activiteiten. Het niveau van de functie is ca. MBO in de toekomst.
- de beleidsafdelingen
Zowel regionaal en centraal wordt in de toekomst beleid gemaakt,
hiervoor worden beleidsmedewerkers gevraagd op termijn. Zij gaan
zich voornamelijk bezighouden met beleidsontwikkeling in reactie op
ontwikkelde wetgeving vanuit het Binnenhof. Dit kan enerzijds
voorlichtend zijn en anderzijds het ontwikkelen van nieuwe producten
op de S.V.-markt. Indicatie op termijn: MBO-HBO-niveau.
Bij de "private poot" valt te denken aan inspelen op nieuwe ontwikkelingen
voor het ontwikkelen van nieuwe producten. Denk bijvoorbeeld aan de
herverzekering van de ZW, de verzekering van het WAO-gat, de verzekering
van CAO-risico-afspraken.
[inhoud]
ASZ-student : Pim B.
Afgestudeerd : augustus 1988
Huidige werkgever : ABP/USZO
Functie : beleidsmedewerker
Eerdere werkgevers : Ministerie SoZaWe, SVr
Pim B., beleidsmedewerker bij de staf beleidsontwikkeling van de
Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO),
is aan zijn vierde baan bezig. De vijfde, als je studentassistentschap bij de
vakgroep sociaal recht van de KUB tijdens de studie meerekent. Pim is in
1988 afgestudeerd als eerste sociale zekerheidswetenschapper (was toen op
alfabetische volgorde).
Voorheen heeft hij gewerkt bij de Sociale Verzekeringsraad als onderzoeker
en bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als senior-
beleidsmedewerker bij de afdelingen arbeidsongeschiktheidsregelingen en
arbo-infrastructuur.
Momenteel houdt Pim zich voornamelijk bezig met ondersteuning en advisering van de USZO-directie op onderwerpen als: samenwerking met arbeidsvoorziening/sociale diensten, arbeidsbemiddeling, organisatiestructuur
sociale verzekering, directeurenoverleg uitvoeringsinstellingen en interne
coördinatie Lisv/Ctsv. Daarnaast schrijft hij beleidsplannen en USZO-
kwartaalrapportages ter verantwoording aan opdrachtgevers en toezichthouders. Kortom, lekker breed!
Pim heeft nog steeds plezier van de multi-disciplinaire insteek van de
gedane studie. Zaken als methoden en technieken, (europees) sociale
zekerheidsrecht, historie van de sociale zekerheid en economie blijven van
pas komen. Het nadeel hiervan is wel dat je je soms niet kunt afschermen
van bepaalde onderwerpen omdat je niet één 'vak' geleerd hebt zoals juristen, economen of accountants. Het snel eigen maken van alle facetten van
een probleem is toch iets wat je voor een deel in je studie hebt meegekregen.
Mist hij dan helemaal niets vanuit zijn studie? Natuurlijk wel. Er zijn
verschillende vaardigheden/kunstjes die echt niet in een universitaire
studie hoeven te zitten, maar wel in de praktijk nodig zijn. In de afgelopen
jaren heeft Pim dan ook een reeks van (project)management-, interview-,
beleids- en adviescursussen gevolgd.
Doordat de sociale verzekeringsmarkt steeds commerciëler (minder publiek)
wordt, worden zaken als bedrijfskunde, klanten- en contractbeheer (accountmanagement), concurrentie-analyse (benchmarking) en verzekerings-
en belastingkunde steeds belangrijker. Dit zijn zaken die je in de praktijk
op kunt en moet pikken en die niet makkelijk in de avonduren bij te
spijkeren zijn. Dit zijn wellicht ook (keuze)vakken/kundes die in een studie
als arbeid en sociale zekerheid thuis horen.
[inhoud]
ASZ-student : Patrick J.
Afgestudeerd : juni 1993
Huidige werkgever : Verbond van Verzekeraars
Functie : beleidsmedewerker arbeidsongeschiktheidsverzekering
Eerdere werkgevers : onbekend
Het Verbond van Verzekeraars is een bedrijfstakorganisatie waarbij bijna
alle levens- en schadeverzekeraars van Nederland zijn aangesloten. De
hoofdtaken van het Verbond zijn: vertegenwoordiging (lobby), imagobevordering, dienstverlening en forumfunctie (draagvlakfunctie). Samen met twee
andere collega's ben ik werkzaam binnen de afdeling belangenbehartiging
bij de sector Zorgverzekering als beleidsmedewerker Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Bij dezelfde sector Zorgverzekering zijn verder nog twee
andere collega's werkzaam op het terrein van de ziektekostenverzekering.
De vraag over de wijze waarop het Verbond omgaat met de verschuivingen
in de sociale zekerheid van publiek naar privaat is een heel interessante.
Voor verzekeraars is het proces van privatisering van het sociale zekerheidsstelsel steeds beschouwd als een uitdaging, maar ook als een gevaar.
Enerzijds biedt de privatisering van delen van het sociale zekerheidsstelsel
mogelijkheden voor verzekeraars om actief te worden op deze markt,
anderzijds moeten verzekeraars opereren binnen de grenzen van de
verzekeringstechniek en bedrijfseconomische bedrijfsvoering. Verzekeraars
kunnen bij de verzekering van sociale risico's dan ook niet dezelfde rol
spelen als de overheid. Desalniettemin hebben verzekeraars steeds gezocht
naar verzekeringsoplossingen die zoveel mogelijk rekening houden met de
wensen die in de maatschappij leven.
De herziening van de sociale zekerheid is begonnen met de zogenaamde T-
wetten, de Wet Terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume (TAV), de Wet
Terugdringing Beroep op de Arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA) en
tenslotte de Wet Terugdringing Ziekteverzuim (TZ). Gevolg van deze wetgeving is geweest dat er een zogenaamd "WAO-gat" is ontstaan en een
"Ziektewet-gat" (2/6-weken). Vervolgens werden de mogelijkheden voor
werkgevers om het ziektewetrisico zelf te dragen door een algemene
maatregel van bestuur uitgebreid (per 1 januari 1995). Verzekeraars hebben
op de hierboven genoemde maatregelen gereageerd door onder bepaalde
voorwaarden WAO-gat-verzekeringen, ZW-gat-verzekeringen plus bovenwettelijke ziekengeldverzekeringen en verzekeringen voor eigen-risicodragers
in de Ziektewet aan te bieden. Vervolgens is per 1 maart 1996 de Ziektewet
voor het grootste deel van de werknemers niet meer van toepassing als
gevolg van de invoering van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij
ziekte (WULBZ). Werkgevers zijn nu verplicht het loon van hun zieke
werknemers door te betalen (max. 52 weken). Dit risico is door werkgevers
massaal verzekerd bij particuliere verzekeraars.
Voorts is in juni 1996 de Algemene nabestaandenwet (Anw) van kracht
geworden waardoor nog maar een beperkte groep verzekerden bij intreden
van het risico een beroep kan doen op een uitkering. Ook op het gebied
van het hierdoor ontstane Anw-gat bieden verzekeraars en pensioenfondsen
produkten aan.
Tenslotte wordt het per 1 januari 1998 mogelijk voor werkgevers om de
eerste vijfjaars-lasten van hun arbeidsongeschikte werknemers zelf te
dragen in het kader van de wet Premiedifferentiatie en marktwerking in de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Pemba). Werkgevers hebben de mogelijkheid om dit risico op de private verzekeringsmarkt te verzekeren.
Kernpunt in de visie van het Verbond op de privatisering van de sociale
zekerheid is dat in een verder veranderend stelsel verzekeraars (onder
bepaalde voorwaarden) in staat zijn om adequate verzekeringen aan te
bieden.
Bij het invullen van de enquête zat ik voor wat betreft de arbeidsmarktkansen voor ASZ'ers met name te denken aan beleids/stafafdelingen van de
wat grotere verzekeringsmaatschappijen. Hoewel ik natuurlijk niet kan en
mag spreken voor deze maatschappijen, ben ik ervan overtuigd dat de
huidige ontwikkelingen in de sociale zekerheid ertoe leiden dat een aantal
maatschappijen ter verkenning van (on)mogelijkheden voor het op de markt
brengen van particuliere produkten ter verzekering van sociale risico's,
behoefte hebben aan mensen die inzicht hebben in (toekomstige) ontwikkelingen in zowel stelsel als uitvoering van de sociale zekerheid en die de
sociale zekerheidswetgeving erg goed kennen. De grote maatschappijen
hebben reeds stafafdelingen die zich primair bezig houden met de sociale
zekerheid. Hoewel de veranderingen in het stelsel de afgelopen tijd met
name waren toegespitst op het terrein van ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregelingen, zal de discussie over het pensioenstelsel en ziektekostenstelsel in Nederland eveneens steeds belangrijker worden.
[inhoud]
ASZ-student : Jolanda A.
Afgestudeerd : augustus 1994
Werkgever : Sociale Dienst gemeente Horst
Functie : bijstandsmaatschappelijk medewerker
Eerdere werkgevers : onbekend
De Sociale Dienst
De werkzaamheden op een Sociale Dienst zijn veelzijdig en uiteenlopend. De
belangrijkste taak van de Sociale Dienst is het verstrekken van maandelijkse uitkeringen (Abw, IOAW, IOAZ) aan mensen die geen andere vorm van
inkomen hebben. Bij het bepalen of iemand recht heeft op een uitkering
wordt met name gelet op het inkomen en het vermogen dat iemand heeft.
Nadat gekeken is of iemand recht heeft op een uitkering wordt bekeken
welke norm van toepassing is. De norm kan per gemeente verschillen
doordat de gemeente beleidsvrijheid heeft gekregen bij de bepaling van
toeslagen (voor alleenstaanden en alleenstaande ouders) en verlagingen
(voor gehuwden en daarmee gelijkgestelden). Regelmatig wordt een heronderzoek gehouden om te zien of de uitkeringsontvanger nog steeds recht
heeft op een uitkering.
De uitkeringsontvanger heeft alleen te maken met de bijstandsconsulent. De
bijstansconsulent beoordeelt of iemand recht heeft op een uitkering, welke
norm van toepassing is en welke voorwaarden aan de uitkering gesteld
worden. Om deze beoordeling te maken wordt eventueel informatie gewonnen
bij andere instanties (bedrijfsverenigingen, ziekenfonds, uitzendbureau's,
arbeidsbureau). De bijstandsconsulent brengt advies uit, dat getoetst wordt
door de toetsingsambtenaar. Deze bekijkt of het gegeven advies juridisch in
orde is en past binnen het beleid en de richtlijnen van de gemeente. Is
alles in orde, dan wordt het advies door Burgemeester en Wethouders
overgenomen. De aanvrager/uitkeringsontvanger krijgt een beschikking met
daarin de beslissing thuisgestuurd.
Na de beslissing door B&W wordt het besluit op de aanvraag/het heronderzoek door de administratie uitgevoerd. De maandelijkse rechtmatigheidsonderzoeksformulieren (werkbriefjes) worden ook door de administratie
bekeken. Veranderingen in de situatie die hierop aangegeven zijn, worden
aan de bijstandsconsulent doorgegeven.
Als iemand een beslissing ontvangt kan hij daartegen bezwaar aantekenen.
De bezwaarschriften worden behandeld door een jurist. De situatie waarover
besloten is wordt nogmaals bekeken met de nieuw aangeleverde informatie.
Bij de Sociale Dienst is ook een afdeling Terugvordering en Verhaal. Er is
sprake van verhaal als er een uitkering wordt verstrekt aan iemand
waarvoor iemand onderhoudsplichtig is (bijv. bij echtscheiding of bij
jongeren jonger dan 21 jaar). Van terugvordering is sprake als er teveel
uitkering verstrekt is.
Naast het verstrekken van de maandelijkse uitkering wordt ook bijzondere
bijstand verstrekt door de sociale dienst. Bijzondere bijstand kan aangevraagd worden voor alles wat niet tot de gewone bestedingen behoort, bijv.
bril, duurzame gebruiksgoederen, inrichtingskosten, bepaalde ziektekosten,
hoge woonlasten, etc. Het is per gemeente verschillend hoe met bijzondere
bijstand omgegaan wordt. Bijzondere bijstand behoort namelijk geheel tot
het gemeentelijke beleid.
De Sociale Dienst is via de wet verplicht om bijstandsontvangers zo snel
mogelijk (weer) aan het werk te krijgen. Dit moet gebeuren door (intensieve) samenwerking met het arbeidsbureau en het verstrekken van (uitstroom)premies. Dit is een taak die hoort bij de bijstandsconsulenten.
Verder maakt de Sociale Dienst beleid om de armoede in de gemeente te
bestrijden. Hierbij moet niet alleen rekening gehouden worden met de
wettelijke en de gemeentelijke bepalingen, maar ook met het beleid in
aangrenzende gemeenten. Grote verschillen kan namelijk verhuizingen naar
gulle gemeenten in de hand werken.
Doordat het bestand van de Sociale Dienst steeds meer bestaat uit mensen
die of zeer kort of zeer lang in de uitkering zitten, komen steeds meer
problemen boven water bij de bijstandsverlening. Hierbij valt te denken
aan problemen als sociaal isolement, apathie, groeiende schuldensituatie,
verslaving, fraude en verwaarlozing. In de bestrijding van deze problemen
heeft de Sociale Dienst met name een doorverwijzende rol naar bijv. RIAGG,
maatschappelijk werk, CAD, budgetconsulente. Bij het vermoeden van fraude
wordt de sociaal rechercheur ingeschakeld.
Binnen de Sociale Dienst zijn nog meer taken en functies aan te geven,
maar deze liggen niet direct op het gebied van de ASZ'er.
ASZ'ers en de Sociale Dienst
Binnen de Sociale Dienst zijn er verschillende mogelijkheden voor ASZ'ers.
Te denken valt aan de beleidsfuncties, deze zijn van HBO-WO niveau. Maar
ook in de uitvoering zijn er mogelijkheden. Een ASZ'er met juridische
affiniteit past bijvoorbeeld goed op de functie van toetsingsambtenaar. Een
ASZ'er past ook goed op de functie van bijstandsconsulent. De doorgroeimogelijkheden van de laatste functie is beperkt. Ook kan het op den duur een
probleem gaan vormen dat een ASZ'er academisch geschoold is en de functie
van bijstandsconsulent duidelijk een HBO-functie is. Bepaalde capaciteiten
worden dan niet benut. Uiteraard heb je binnen grote gemeenten meer
mogelijkheden dan binnen kleine gemeenten. Afhankelijk van de functie
binnen de Sociale Dienst wordt de nadruk gelegd op juridische vaardigheden en sociale en contactuele vaardigheden. Het om kunnen gaan met
computers en computerprogramma's is een must, je hoeft geen computerfreak te zijn, maar enige kennis is wel vereist. Werken bij de gemeente kan
tegenwoordig ook onzekerheden geven. Door de vele bezuinigingen en fusies
wordt vaak eerst een tijdelijk contract aangeboden. Tevens is door de vele
wettelijke veranderingen en de arbeidsduurverkorting de werkdruk bij
tijden zeer hoog.
Stagemogelijkheden
Zelf zie ik verschillende mogelijkheden voor stage bij de Sociale Dienst, met
name op het gebied van vormen van beleid. Het is echter zaak om de
gemeente hiervoor warm te krijgen. Een goed onderwerp kan hierbij helpen.
Er is in de regio Noord-Limburg bijvoorbeeld weinig gericht beleid voor
probleemgroepen (woonwagenbewoners, verslaafden, etc) in de bijstand. De
problemen van een woonwagenbewoner zijn totaal anders dan voor een
alleenstaande ouder.
[inhoud]
Hoofdstuk 6
Enkele potentiële werkgevers voor
afgestudeerde ASZ'ers
In dit hoofdstuk wordt een schets gegeven van enige werkgevers waar
afgestudeerden Arbeid en Sociale Zekerheid terecht kunnen komen. Wij
willen benadrukken dat deze weergave niet volledig is. De bedoeling is
slechts een idee te geven van potentiële werkgevers.
[inhoud]
6.1. Sociale Verzekeringsbank (SVb)
Sociale Verzekeringsbank
Van Heuven Goedhartlaan 1
1180 BH Amstelveen
"Je kunt hier je eigen ondernemer zijn" zegt Anneke, sr. systeemontwerper
bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ze werkt bij de projectgroep
`Herstruc' aan de modernisering van de processen die leiden tot een
verbeterde uitvoering van de AOW- en Anw taken van de SVB. "Een
gigantisch project", vervolgt ze."Ga maar na. De SVB voorziet alleen al ruim
twee miljoen klanten steeds op tijd van hun pensioen. Steeds op precies
dezelfde dag het juiste bedrag bij de juiste persoon. Daar rekenen mensen
op; veel van hen hebben geen andere inkomsten".
"Het afgelopen jaar ging er bij de SVB zo'n 45 miljard om in pensioenen en
kinderbijslag. Het gaat hier om grote bedragen, complexe wetgeving en
bovenal om heel veel mensen. En iedereen moet precies krijgen waar hij
recht op heeft. Ouders met kinderen die op kamers gaan, mensen die op
hun pensioen wachten in een land waarop een handelsembargo rust. Hoe
pak je dat aan? Hoe breng je dit soort zaken onder in een geautomatiseerd
systeem!?"
De SVB stelt hoge eisen aan haar dienstverlening en aan de mensen die dat
moeten waarmaken. "Je krijgt bijvoorbeeld een deel van het project waarover je als zelfstandig ondernemer met interne klanten afspraken maakt.
Wat moet er precies gebeuren; hoeveel tijd heb je daarvoor? Je komt een
deadline overeen. Vanaf dat moment deel je zelf je werk in. Als het maar
afkomt. Op tijd. En geen dag later. Alleen wekelijks afstemmen. Reken maar
dat je dan niet met smoesjes aan hoeft te komen over onverwacht meer
werk of zo. Dat had je dan maar niet moeten accepteren. Een kwestie van
zakelijkheid. Jij bent verantwoordelijk voor jouw taken. En je wordt
afgerekend op resultaat."
"Wat weleens moeilijk is, is dat we moeten uitvoeren wat de politiek bedenkt. Als de wetgever bijvoorbeeld vergeet rekening te houden met ons
als uitvoerders en praktisch onhaalbare termijnen stelt. Maar ach, die
voortdurende ontwikkelingen houden ons wel scherp."
[inhoud]
6.2. Amev Nederland nv
Risico's. Ons leven is er vol mee. Elke trend, elke nieuwe ontwikkeling in
de samenleving, elk zakelijk besluit, elk particulier initiatief, elk rondje-
met-de-hond draagt een risicofactor in zich... Daar moet een ieder mee leren
leven.
Maar je kunt er ook van leven. Als je het goed doet tenminste. Als je in
staat bent risico's professioneel in te schatten. Als je met een goed product
de financiële positie van een ander veilig kunt stellen. Als je tegelijkertijd
het commercieel belang van AMEV kunt behartigen. Dus als je ziet dat
`verzekeren' meer is dan het verkopen van dorre polissen.
Want eerlijk gezegd verschillen de polissen niet veel van elkaar bij de
verschillende verzekeringsmaatschappijen. Het echte onderscheid zit vaak in
de manier waarop de maatschappij haar cliënten behandelt. De snelheid en
correctheid in de afhandeling. Het begrip voor iemands situatie als `slachtoffer'. Kortom de medewerkers zijn de belangrijkste toegevoegde waarde bij
het product van een verzekeringsmaatschappij. Vandaar onze zorgvuldigheid
bij het selecteren en het opleiden van nieuwe medewerkers.
AMEV is zo georganiseerd dat ze zowel het bedrijfsleven als de particuliere
markt van dienst kunnen zijn met een zeer volledig pakket producten op
maat, dat via verschillende distributiekanalen wordt afgezet. Daarbij staat
de kwaliteit van de polissen en de service voorop.
AMEV maakt net als de VSB Bank, MeesPierson en AG (de grootste verzekeraar in België) deel uit van Fortis (wereldwijd 32.000 medewerkers). Die
grootschaligheid wil echter niet zeggen dat AMEV Nederland ook onpersoonlijk is. Allerminst. Het bedrijf kent een bedrijfscultuur waarbinnen ruimte
is voor eigentijdse ideeën, initiatieven en veranderingen. En waarin individuele ontplooiing sterk wordt gestimuleerd.
Het zoeken naar nieuwe kansen, creëren van nieuwe mogelijkheden, is niet
alleen een kwestie van nieuwe producten ontwikkelen en bestaande producten moderniseren. Zoiets strekt veel verder. Het kan doorwerken in de
totale organisatie. Bij AMEV is dat het geval. Continu worden activiteiten
ontplooit die het mogelijk moeten maken om steeds marktgerichter te denken
en te handelen. Niet alleen om de concurrentie voor te blijven, maar vooral
ook omdat de markt daar meer en meer om vraagt. Zo geven bedrijven
steeds meer te kennen dat ze maatwerk wensen voor hun verzekeringen. En
ook de consument die steeds mondiger en kundiger wordt, vraagt om
makkelijke, flexibele verzekeringspakketten.
[inhoud]
6.3. Algemene Rekenkamer
Algemene Rekenkamer
Postbus 20015
2500 EA Den Haag
Wie bij de Algemene Rekenkamer wil werken moet een brede belangstelling
voor het functioneren van de rijksoverheid hebben. De Rekenkamer is een
onafhankelijk hoog college van staat, dat controleert of het belastinggeld
volgens de regels en doelmatig worden uitgegeven. Ze bestrijkt een controleterrein van naar schatting 50.000 objecten. Het financieel belang van dat
terrein is gigantisch: er gaat zo'n 650 tot 700 miljard in om.
De Rekenkamer kan dit niet alles zelf controleren. Ze beoordeelt vooral of
de ministers hun zaken goed op orde hebben. De ministers zelf (en niet de
Rekenkamer) zijn namelijk verantwoordelijk voor een goed beheer van het
geld en voor de verantwoording die ze daarover afleggen. Over het beheer
en die verantwoordelijkheid velt de Rekenkamer jaarlijks op 1 september
een oordeel in haar rechtmatigheidsonderzoek. Daarnaast publiceert de
Rekenkamer in de loop van het jaar over talloze andere onderwerpen, zoals:
het milieubeleid de bestrijding van de werkloosheid, de inzetbaarheid van
defensiematerieel en het functioneren van de uitvoerders van de socialezekerheidswetten. De Rekenkamer probeert naast haar kritiek op het
functioneren van de rijksoverheid ook opbouwend te zijn. Ze doet aanbevelingen om de doelmatigheid en rechtmatigheid te bevorderen.
De Rekenkamer moet van vele markten thuis zijn. Ze heeft behoefte aan
medewerkers van verschillende disciplines, zoals bestuurskundigen, sociologen, politicologen, historici, juristen, economen en accountants. Deze
medewerkers moeten zowel zelfstandig als in teamverband kunnen werken.
Onderzoeks- en enige relevante werkervaring is een pré. De Rekenkamer
heeft vanwege haar unieke taak een uitgebreid opleidingsprogramma voor
haar medewerkers.
[inhoud]
6.4. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Anna van Hannoverstraat 4
2509 LV Den Haag
Zorgen dat mensen een betaalde, kwalitatief goede baan hebben. Voorkomen
dat ze onvrijwillig werkloos worden. Dat zijn de hoofddoelstellingen van
SZW. Zo lang iemand onvrijwillig geheel of gedeeltelijk zonder werk is, staat
SZW borg voor een basisinkomen. Datzelfde geldt voor de periode nadat de
pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. De hoofddoelstellingen van SZW
worden bevorderd dankzij een geïntegreerde aanpak, waarin alle beleidsterreinen tot hun recht komen: werkgelegenheid, arbeidsmarkt, arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen, inkomen en sociale zekerheid.
De beleidsonderwerpen hebben een directe invloed op het leven van zeer
veel mensen. Vandaar dat SZW ernaar streeft het draagvlak van het beleid
zo breed mogelijk te maken. Ze voeren daarom nauw overleg met werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld via adviesorganen als de Sociaal-Economische Raad en de Stichting van de Arbeid. Maar ook met andere overheidsinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Binnen al
deze beleidsterreinen speelt effectieve voorlichting van de verschillende
doelgroepen een belangrijke rol.
De hoogste prioriteit in het beleid van het ministerie in de jaren negentig
is de vergroting van deelname aan betaalde arbeid. Het inkomensbeleid, het
werkgelegenheidsbeleid, het beleid op het terrein van de sociale zekerheid
en de arbeidsomstandigheden zullen zo veel mogelijk in het teken staan van
blijvende arbeidsparticipatie.
SZW geeft mede vorm aan het sociaal-economisch beleid van de overheid,
vooral gericht op een evenwichtige ontwikkeling van de mens, in relatie tot
zijn werk en inkomen. Daaraan werken op SZW zo'n 2500 medewerkers,
waaronder ruim 1000 academici en hoger opgeleiden.
Als organisatie is SZW in ontwikkeling. Het werkklimaat verandert. Om
efficiënter en klantgerichter te werken is het aantal coördinatie- en
controlepunten verminderd. Door nauwere aansluiting van beleid en uitvoering wordt er klantgerichter gewerkt. Een en ander vindt plaats in samenhang met de maatschappelijke discussie over de rol van de (rijks)overheid.
SZW onderscheidt vier soorten directies, te weten beleidsdirecties, toezichthoudende directies, facetdirecties en ondersteunende directies. De beleidsdirecties houden zich bezig met het ontwikkelen van een samenhangend
beleid. De organisatiestructuur van het ministerie bevordert een bedrijfscultuur waarin sprake is van een intensieve en zakelijke samenwerking
tussen de directies. De beleidsdirecties brengen adviezen uit aan de
politieke leiding van het departement (minister Melkert en staatssecretaris
de Grave). De beleidsterreinen van de verschillende directies komen tot
uitdrukking in de namen. Het zijn de directies Arbeidsmarkt, Bijstandszaken, Sociale Verzekeringen, Arbeidsomstandigheden, Arbeidsverhoudingen en
Algemeen- en Sociaal-Economische Aangelegenheden.
[inhoud]
6.5. VNG
VNG
Nassaulaan 12
2514 JS Den Haag
Vereende kracht: dat is het kenmerk van de vereniging van gemeenten in
Nederland, de VNG. In 1912 besloten gemeentebesturen tot deze krachtenbundeling, met een meervoudig oogmerk: dienstverlening, belangenbehartiging en uitwisseling van kennis en ervaringen.
Gemeenten hebben andere overheden en maatschappelijke organisaties nodig
om hun werk te kunnen verrichten, daarom onderhoudt de VNG een uitgebreid relatie-netwerk. Naast de vele politieke en bestuurlijke contacten,
hecht de VNG aan goede relaties met private organisaties.
Wat gemeenten doen wordt deels bepaald door (landelijke) wetgeving, maar
het zijn vooral de plaatselijke mogelijkheden en noden die de koers bepalen. Dat betekent dat gemeentebesturen veel energie steken in overleg en
samenwerking met bewoners, ondernemers en tal van andere organisaties.
Want afwegingen en keuzen maken over welzijn, ordening en inrichting van
een gemeente zijn publieke zaken die de hele lokale gemeenschap bezig
houden.
De VNG verleent haar leden diensten zowel individueel als collectief. VNG-medewerkers staan de gemeenten vaak bij in de uitoefening van hun lokale
taken en bevoegdheden.
SGBO is het onafhankelijke onderzoeks- en adviesbureau van de VNG. Het
SGBO onderzoekt al meer dan 30 jaar al datgene dat zich op het lokaalbestuurlijke niveau afspeelt. Binnen de VNG neemt het College voor Arbeidszaken een bijzondere plaats in. Het CvA is opgericht om de belangen
van gemeenten als werkgever te behartigen. Het College onderhandelt
namens de gemeenten met de centrales van overheidspersoneel over de
arbeidsvoorwaarden.
[inhoud]
6.6. Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP)
ABP
Postbus 4911
6401 JS Heerlen
Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) levert produkten en diensten
gericht op oudedags- en bovenwettelijke invaliditeitsvoorzieningen van
overheids- en onderwijspersoneel. Uitkeringen die het ABP voor haar
rekening neemt zijn: ouderdomspensioenen, nabestaandenpensioenen, bovenwettelijke invaliditeitspensioenen en VUT-uitkeringen. Bij het ABP zijn
ongeveer 3.300 personen werkzaam.
Om aan haar verplichtingen te voldoen belegt het ABP de ontvangen
premies in aandelen, onroerend goed en vastrentende waarden. Hierin gaat
een vermogen van ruim 200 miljard om.
Sinds 28 december 1995 is het ABP een geprivatiseerde stichting. Deze
privatisering bracht met zich mee dat werkgevers van overheid en onderwijs voortaan vrijwillig kunnen toetreden tot het fonds. Daarnaast ontstond
bij de privatisering, uit een aantal uitvoeringsorganisaties voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en militairen, Stichting Uitvoeringsinstelling
Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO). USZO verzorgt voor
werknemers bij de overheid en in het onderwijs de sociale zekerheidsregelingen bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. USZO heeft 19 districtkantoren en diverse vestigingen waar in totaal 1700 mensen werkzaam zijn.
[inhoud]
6.7. Christelijke Nationaal Vakverbond (CNV)
CNV (Christelijke Nationaal Vakverbond)
Ravellaan 1
3533 JE Utrecht
Het CNV behartigt de belangen van de aangesloten leden (ongeveer 350
000). De grootste
verschillen met de FNV zijn de christelijke grondslag en de omvang. Het
CNV heeft ter
ondersteuning van zijn doelstellingen op het terrein van arbeid en inkomen
onder meer de
beschikking over een afdeling beleid. Deze afdeling is verantwoordelijk voor
de ontwikkeling, de voorbereiding en de uitvoering van beleid dat de doelstellingen
van de
vakcentrale ondersteunt.
De afdeling bestaat uit een coördinator en tien senior beleidsmedewerkers.
Binnen de
afdeling zijn twee beleidsmedewerkers specifiek belast met het beleidsterrein sociale
zekerheid en pensioenen. Het werkveld van deze beleidsmedewerkers omvat
de beleidsontwikkelingen op het terrein van de sociale voorzieningen, werknemersverzekeringen,
volksverzekeringen en aanvullende pensioenregelingen. De concrete werkzaamheden
bestaan uit beleidsontwikkeling, beleidsadvisering, zowel binnen het CNV als
namens het
CNV in externe adviesorganen, zoals de Sociaal Economische Raad, bestuurlijke verantwoordelijkheid namens het CNV in bestuursorganen op het terrein van de
werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen ( Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, Sociale
Verzekeringsbank) en voorlichting aan leden.
Senior beleidsmedewerkers dienen in principe een academische graad te
hebben, waarbij
in het algemeen wordt uitgegaan van een studie economie of rechten.
Echter, sociale
zekerheidswetenschappen heeft zeker de voorkeur als het gaat om het
terrein van sociale
zekerheid.
Naast affiniteit met sociale zekerheid en met de christelijke vakbeweging
zijn ook van
belang persoonlijkheid en houding, en het vermogen om vanuit de CNV-visie
zelfstandig
te kunnen werken in complexe netwerken. Tenslotte zijn communicatieve
vaardigheden
ook van belang. De werkzaamheden kunnen zich ook tot de avonden uitstrekken.
Stageverzoeken worden welwillend behandeld, maar dienen wel nut voor het
CNV te
hebben. Daarnaast is in piekperioden van het werk weinig of geen gelegenheid voor
begeleiding.
[inhoud]
6.8. Nederlandse Philips Bedrijven B.V.
Nederlandse Philips Bedrijven B.V.
Management Development Personele Functie
Postbus 80003
5600 JZ Eindhoven
Philips is een wereldwijd opererend elektronica concern, waarvan de
hoofdzetel is gevestigd in Eindhoven, Nederland. In totaal werken er ca.
262.000 medewerkers, waarvan ca. 40.000 in Nederland (cijfers: ultimo 1996).
Afgestudeerden van "Arbeid en Sociale Zekerheid" komen in het bestand
van personele functionarissen van Philips in Nederland niet zoveel voor. Dat
komt niet alleen doordat de studierichting relatief jong is, maar ook door
de wijze waarop Philips een aantal zaken heeft georganiseerd. Philips kent
momenteel twee CAO's. De kennis en kunde die hiervoor noodzakelijk zijn,
zijn samengebald in één afdeling die functioneert ten dienste van de gehele
organisatie in Nederland. Daardoor is er binnen de divisies en business
groups vaak geen behoefte aan de (specialistische) kennis die afgestudeerden ASZ meebrengen. Binnen die centraal opgestelde afdeling wordt wel
gebruik gemaakt van de deskundigheid van "Arbeid en Sociale Zekerheid".
Voor wat betreft de loopbaan van afgestudeerden ASZ geldt binnen Philips,
dat zij in principe inzetbaar moeten (willen) zijn voor andere personele
functies. Philips stimuleert inzetbaarheid door medewerkers (dus ook
personele functionarissen) op gezette tijden (zeg eens per vijf jaar) te
"verkassen" naar andere functies en/of bedrijfsonderdelen.
Studenten ASZ die binnen bedrijven in de personele functie actief willen
zijn, doen er daarom verstandig aan bij de keuze van het vakkenpakket
daarmee rekening te houden, c.q. na afronding van de studie blijvend te
oriënteren op de volle breedte van de human resources activiteit.
Studenten en afgestudeerden die geïnteresseerd zijn in mogelijkheden
binnen Philips op het gebied van human resources management kunnen zich
wenden tot bovengenoemd adres.
[inhoud]
6.9. Instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek en advies
(IVA)
IVA
Postbus 90153
5000 LE Tilburg
Het IVA is een sociaal wetenschappelijk onderzoeksbureau, dat nauwe
banden onderhoudt met de KUB. Bij het IVA werken ongeveer 40 wetenschappelijk onderzoekers, ondersteund door een administratief apparaat. Het
IVA is verdeeld in vijf secties, waar Arbeidsvraagstukken (met daarin
Sociale Zekerheid als één van de onderzoekszwaartepunten) er één van is.
Men werkt bij het IVA niet op projectbasis, d.w.z. men wordt niet op
tijdelijk contract voor de duur van het project aangenomen. Een contract
voor 1 jaar met een reëel uitzicht op een vaste baan - indien alles naar
wens verloopt - is het huidige beleid.
Er zijn drie functieniveaus: junior wetenschappelijk onderzoeker, wetenschappelijk onderzoeker en senior wetenschappelijk onderzoeker.
Niet elke ASZ'er met economische en sociologische kennis op het terrein van
de sociale zekerheid voldoet voor de functie van junior-onderzoeker. Dit is
te sterk afhankelijk van de persoon in kwestie. Hieruit blijkt het belang
dat het IVA hecht aan iemands persoonlijke en algemene denkniveau en
denkwijze.
In zijn algemeenheid zijn er zeker reële kansen voor afgestudeerden Arbeid
en Sociale Zekerheid.
Om te kunnen functioneren als onderzoeker bij het IVA is kennis op het
gebied van statistiek, methoden en technieken van onderzoek onontbeerlijk.
Deze kennis zal, gezien onze cursusinhoud, reeds in voldoende mate aanwezig zijn. Meer uitgebreide kennis en ervaring, bijvoorbeeld door het als
student-assistent mee hebben gewerkt aan een onderzoek is zeker een pré,
maar geen vereiste.
Het op multidisciplinaire wijze bezig zijn met sociale zekerheid werkt in het
voordeel van deze studenten, mits de multidisciplinaire kennis voldoende
diepgang heeft. Wat men tot nu toe zoekt bij het IVA zijn afgestudeerde
economen, die sociologisch kunnen denken en afgestudeerde sociologen, die
economisch kunnen denken.
Momenteel lopen er 14 onderzoeken binnen de sectie Arbeidsvraagstukken,
waarbij het de bedoeling is dat iedereen op zijn minst op de hoogte is van
deze lopende onderzoeken. Dit stimuleert men o.a. door in elkaars begeleidingscommissies te participeren. Zeker als beginnend onderzoeker steekt
men zo veel op van de werkwijze en aanpak van andere onderzoekers. Het
is de bedoeling dat menna een inwerkperiode zelfstandig kan werken.
Voor iedere junior-onderzoeker wordt een trajectplan uitgezet waarin ook
ruimte is opgenomen voor begeleiding door ervaren onderzoekers.
Er is geen eis om een proefschrift te schrijven. Dit neemt niet weg dat het
IVA de mogelijkheden tot wetenschappelijke promotie van haar medewerkers
actief wil stimuleren en mogelijk maken.
[inhoud]
6.10. GAK-Groep
Gak Groep
Bos en Lommerplantsoen 1
1000 AA Amsterdam
In de sfeer van sociale regelingen komt steeds meer aan op eigen verantwoordelijkheid. De basisvoorzieningen die het wettelijk sociaal bestel biedt
nemen af in bereik. Sociale zekerheid moet meer en meer worden gekocht op
de zakelijke markt.
De GAK-Groep levert zowel wettelijke basisvoorzieningen als private aanvullende dienstverlening. GAK Nederland BV, een onderdeel van de GAK-Groep,
verzorgt de wettelijke werknemersverzekering (ZW, WW, AAW/WAO, TW) als
zakelijke dienstverlener voor Uitvoeringsinstellingen. Hierbij worden
werkzaamheden verricht als: premie-inning, betaling van uitkering, claimbeoordeling en arbeidsintegratie. Hiervoor werkt men onder andere samen
met gemeenten en arbeidsvoorziening.
De andere onderdelen van de GAK-Groep zorgen voor aanvullende diensten,
zoals aanvullende verzekeringen en ARBO-dienstverlening.
Tevens houdt men zich bezig met automatisering op het gebied van sociale
zekerheid.
[inhoud]