Zijn grote populariteit kreeg de naam in het Oosten en het Westen en ook al vroeg bij ons door St.-Nicolaas, bisschop van Myra in zuidwest Klein-Azië, overleden ca. 350 AD Het meeste wat omtrent hem verteld wordt is legendarisch. De kern van de legende, welke van Griekse oorsprong is, wordt gevormd door de verhalen over de redding van drie onschuldig ter dood veroordeelde schipbreukelingen of over de drie arme meisjes aan wie Nicolaas in het geheim geld gaf, zodat zij konden trouwen. Ook zou hij drie kinderen die tijdens een hongersnood om het leven waren gebracht, weer ten leven hebben gewekt. Zo werd hij de heilige van de onverhoopte goede gaven. De figuur die in de legenden naar voren treedt is eigenlijk een combinatie van de historische bisschop Nicolaas van Myra (uit de 4e eeuw) en de historische bisschop Nicolaas van Pinara in Lycië (overleden 564 AD). In de beeldende kunst wordt Nicolaas vaak afgebeeld als bisschop in vol ornaat, met naast zich drie kinderen in een kuip (symbool van de kinderen die hij gered zou hebben) of met drie bollen als symbool van de bruidsschat die hij gaf aan drie meisjes. Soms heeft hij een schip of een anker als attribuut.
De verering komt in de 6e eeuw in het Oosten op en in de 9e eeuw is St.-Nicolaas een van de belangrijkste heiligen, met Myra en vooral Constantinopel als centra van verering. Via Zuid-Italie (toen nog Grieks) verbreidde deze zich ook naar Rome en vandaar uit verder over West-Europa, waar deze heilige al spoedig zeer populair werd en vooral in de 10e en 11e eeuw beschermheilige van kerken was. In Duitsland werd de verering bevorderd door de Griekse gemalin van keizer Otto II, Theophanu. In 1087 werden de relikwieën naar Bari in Zuid-Italie overgebracht, hetgeen de populariteit nog meer bevorderde, zodat de naam Nicolaas in zijn verschillende vormen tegen het eind van de Middeleeuwen na Johannes wel de meest voorkomende werd. Doordat St.-Nicolaas onder meer patroon was van de schoolkinderen werd hij de grote kindervriend. Niet alleen van scholieren en kinderen, maar ook van de zeelieden, vissers, gevangenen, bakkers, kooplieden, apothekers, juristen, van steden (bijv. Amsterdam) en landen (bijv. Rusland) is St-Nicolaas patroon. Verschillende gebruiken in verband met zijn feestdag op 6 december gaan terug op heidense gebruiken. De schimmel vinden we al bij Wodan onder de naam Sleipnir; het was een teken van hoge rang. De schoorsteen is de verbindingsweg van de gewone sterveling, in het middelpunt van hun huiselijk leven, met de hogere wezens. Zwarte Piet is een schrikaanjagende geest of duivel, die echter steeds door St.-Nicolaas
in bedwang wordt gehouden. Altijd komt de 'goede heilige' van verre, in ons gebied uit Spanje.
Het is de vraag in hoeverre St-Nicolaas als patroon van Rusland (h)erkend wordt. Nikkita is een Russische vleivorm van deze naam, of van Nicetas, Grieks Nikètas, Byzantijns-Grieks Nikitas, naam van enige Oosterse heiligen; in Nikètas moet ook wel de stam van Grieks nikao 'ik overwin' gezocht worden, volgens nikètès 'overwinnaar'.
De naam Nicolaas is o.a. door een aantal pausen en vorsten gedragen. Andere heiligen van deze naam zijn: paus Nicolaas I, 858-867 AD; Nicolaas van Tolentijn, sterfdag 1305, kerkelijke feestdag: 10 september; Nils Hermansson, geboren 1326, in 1374 bisschop van Linköping (Zweden), overleden 1391; kerkelijke feestdag: 1e zondag in mei. In Handelingen 6, 5 komt de naam Nicolaus al voor als die van een van de zeven armenverzorgers die te Jeruzalem gekozen werden, afkomstig uit Antiochië.
Bron:
Van der Schaar (1969), Woordenboek van voornamen, Aula
Encarta (1999), Winkler Prins Editie