Holstein (900AD - 1920)

Kaart900 AD Holstein maakt deel uit van het Frankisch-Duitse rijk. Reeds voor de middeleeuwen maakt Zuid-Jutland (Sleeswijk) deel uit van Denemarken.

1135 Keizer Lotharius van Saksen (1125) stelt het Huis van Schauenburg aan als Graven van Holstein. Deense koning wordt vazal van het roomse rijk.

1202 Waldemar II de Overwinnaar, koning van Denemarken (1202) brengt omstreeks 1200 vele kustlanden van de Oostzee onder Deense heerschappij. Hij probeerde ook controle te krijgen over Holstein en Mecklenburg. Dit lukte niet ondanks dat het de Roomse keizer bevalt dat Denemarken een bedrijging vormt voor de machtige Noord-Duitse graven.

1227 Waldemar II, koning van Denemarken wordt door keizer Frederik II van Hohenstaufen in het bezit van Mecklenburg en Holstein bevestigd. Denemarken bij Bornhoved door Duitse vorsten en burgers overwonnen. Ondergang van Deense suprematie in de Oostzee. Denemarken, verzwakt sinds de slag van Bornhoved krijgt opnieuw zijn oude omvang terug.

1300 Rond 1300 hadden de Holsteiner graven controle over bijna geheel Denemarken. De Deense koning had de Deense provincies gewoon gebruikt als onderpand van de kroon.

1340 Waldemar IV Attertag (1340) loste de meeste schulden in, maar had in het geval van Sleeswijk -hij was getrouwd met de dochter van de Hertog van Sleeswijk- een compromis van de Holsteiners te accepteren.
Als gevolg van Duits erfrecht was Holstein in vele zelfstandige graafschappen verdeeld. Een graafschap werd namelijk over alle zonen verdeeld. De zelfstandige graafschappen konden zich steeds minder goed verdedigen tegen vijanden uit zowel het zuiden en het noorden.
De graven van Holstein stelde aan koning Waldemar IV daarom voor om hertog van Holstein en als zodanig vazal van de Roomse keizer te worden. Daar stond tegenover dat Sleeswijk weer zou vallen onder de Deense kroon met de Deense koning als hertog. Koning Waldemar IV werd zo dus zijn eigen vazal.
Dit voorstel werd geaccepteerd; koning Waldemar IV werd zowel hertog van het Duitse Holstein als van het Deense Sleeswijk. Er werd uitdrukkelijk bepaald dat Holstein nooit zou hoeven deel te nemen aan Deense oorlogen. Holstein en Sleeswijk worden gezamenlijk bestuurd.

1460 Koning Christiaan I van Denemarken (1448) wordt hertog van Sleeswijk en graaf van Holstein na het uitsterven van het huis Schauenburg. Sleeswijk-Holstein gaat van de verzwakte Duitse Orde over aan Denemarken. Sindsdien personele unie met Denemarken. Ridders van Sleeswijk en Holstein zweren dat Sleeswijk en Holstein nooit meer verdeeld zullen worden.

Oorkonde 1474 Holstein wordt een hertogdom. Keizer Friederich III beleent Koning Christiaan van Denemarken het hertogdom Holstein.

1490 Sleeswijk-Holstein wordt gedeeld tussen koning Johann en zijn broer Friedrich. Sinds dan wordt het land geregeerd door de koning, zijn broers, een aantal ooms en hun nageslacht. Soms werden delen verenigd door vererving, om vervolgens weer verdeeld te worden over erfgenamen. Niet een zoon was erfgenaam, maar de erfenis werd verdeeld over alle zonen. Volgens de wet werd het land als zodanig niet verdeeld, het bleef altijd het hertogdom Sleeswijk en Holstein. De landsstreken werden gedeeld, iedere erfgenaam werd hertog.
Aan het eind van de 17e eeuw was Sleeswijk-Holstein verdeeld over: de Deense koning, de hertog van Sleeswijk-Holstein-Gottorp, de hertogen van Sonderburg, het graafschap Pinneberg, het graafschap Rantzau en tenslotte een gezamenlijk bestuurd gedeelte. Deze delen waren niet aaneengesloten, maar verspreid over geheel Sleeswijk-Holstein.

1625-1629 Christiaan IV, koning van Denemarken en hertog van Holstein plaatst zich als leider van de Nedersaksische Kreis aan het hoofd van de protestanten in een stijd tegen de katholieke Liga.

1627 De Liga-bevelhebber Tilly en keizerlijk veldheer Wallenstein veroveren Holstein, Sleeswijk en Jutland op Denemarken

1629 Vrede van Lubeck tussen keizer Ferdinand II en Christiaan IV. Restitutie-edict voor Holstein, Sleeswijk en Jutland.

1665 In Denemarken de adel verzwakt ten gunste van het koningschap. Door de koningswet wordt Denemarken een erfelijk koninkrijk in de mannelijke en vrouwelijke linie, met uitzondering van Sleeswijk-Holstein.

1700-1721 Frederik IV van Denemarken, wordt door Zweden in de Holsteinse kwestie bestrokken en sluit zich aan bij Peter de Grote van Rusland en Augustus de Sterke van Polen tegen Karel XII van Zweden.

1721 Vredes van Stockholm en Nystad. Denemarken krijgt het gedeelte van Sleeswijk van de hertog van Holstein-Gottorp. Denemarken dat na de Noordse oorlog met Zweden volledig in het bezit is van Sleeswijk, beleeft een lange periode van vrede (tot in 19e eeuw).

1741-1743 Ongelukkige oorlog van Zweden tegen Rusland beeindigd door de vrede van Abo: Adolf Frederik van Holstein-Gottorp op wens van Rusland troonopvolger van Zweden.

1751-1818 Het huis van Holstein-Gottorp in Zweden.

1762 Met Peter III, de neef van keizerin Elizabeth I, komt het huis Holstein-Gottorp op de Russische troon (tot 1917). Na de vermoording van Peter III in datzelfde jaat neemt zijn vrouw Elizabeth II als Tsarina van Rusland de regering over.

1815 Congres van Wenen, waar een geheel nieuwe kaart van Europa getekend wordt. De koning van Denemarken wordt als Hertog van Sleeswijk-Holstein lid van de Duitse Bond.

Leger

1848-1850 Opstand van Sleeswijk-Holstein tegen Denemarken nadat Sleeswijk bij Denemarken is ingelijfd (23 maart 1848). Ontoereikende hulp van Pruisen. Overwinning van de Denen op de Sleeswijk-Holsteiners op 24 juli 1850 bij Idstedt.

1850, 28-29 nov. Verdrag van Ollmutz. Pruisen schikt zich naar de Oostenrijkse eisen, die ook door Rusland worden gesteund. Het geeft zijn plannen voor Duitse eenwording op en laat Sleeswijk-Holstein aan Denemarken over.

1852 Bij het protocol van Londen wordt de Deense troonsopvolger ook voor Sleeswijk-Holstein vastgesteld.

1853 Douane-unie tussen Denemarken en Sleeswijk-Holstein.

1863 De Deense koning sterft zonder directe troonsopvolger. De Deense kroon gaat over aan koning Christiaan IX (1863-1906). Volgens Sleeswijk-Holsteins erfrecht zou Prins Friedrich van Sleeswijk-Holstein-Augustenburg nu tot hertog van Sleeswijk-Holstein benoemd worden. Nu wordt The Schleswig-Holstein Question manifest.

1864 Oorlog van Oostenrijk en Pruisen tegen Denemarken, daar Denemarken in strijd handelt met het protocol van Londen (1852) en Sleeswijk-Holstein wil inlijven. Bismarck, minister-president van Pruisen in overeenstemming met Napoleon III van Frankrijk. De Oostenrijkers verdrijven de Denen uit Noord-Sleeswijk.

1864, 30 okt. Vrede van Wenen, waarbij Denemarken de hertogdommen Lauenburg, Holstein en Sleeswijk aan Oostenrijk en Pruisen afstaat.

1865 Verdrag van Gastein: Oostenrijk neemt het bestuur van Holstein voorlopig op zich, Pruisen dat van Sleeswijk. Deze regeling bevat de kiem voor tweedracht. Bismarck gebruikt het Sleeswijk-Holsteinse vraagstuk om de Duitse eenwording in klein-Duitse zin (zonder Oostenrijk) naderbij te brengen, aangezien hij de groot-Duitse oplossing als onmogelijk beschouwt door het grote aantal nationaliteiten waaruit Oostenrijk bestaat.

Wapenschild 9K1866 Pruisisch-Oostenrijkse oorlog. Op 23 aug. Vrede van Praag tussen Oostenrijk en Pruisen. Ontbinding van de Duitse Bond. Oostenrijk treedt terug uit Duitsland, draagt zijn rechten in Sleeswijk-Holstein over aan Pruisen en gaat akkoord met de reorganisatie van Duitsland. Sleeswijk-Holstein, Hannover, Keur-Hessen, Nassau, Frankfort a.d. Main met Pruisen verenigd. Of- en defensief verbond met de Zuidduitse staten.

1871, 18 jan. Proclamatie van het Duitse keizerrijk in het slot Versailles.

1914-1918 De grote oorlog, later bekend als de eerste wereldoorlog.

1919 De vrede van Versailles, gebiedsafstand van Duitsland aan Denemarken na volksstemming in 1920 voor Noord-Sleeswijk.

Literatuur:
Nilsson, 1998, Re: Schleswig-Holstein history 1680-1880, soc.genealogy.german
Ploetz, 1965, Kalender der wereldgeschiedenis, Prisma
Ronne, 1998, Re: WI: Ivan The Great, soc.history.what-if
The Times Atlas of World History, 1978


sitemap reactie© Nic van Holstein